Categoriearchief: blog

De buurt-boost

Krijgt de leefomgeving (publieke ruimte) ook een kwaliteitsimpuls?

Ik kom ze veelvuldig tegen: mensen die het over duurzaamheid hebben, maar eigenlijk energiezuinigheid bedoelen. Mensen dus die het over ‘het verduurzamen van woningen’ hebben, als het eigenlijk gaat over een transformatie op energiegebied. Ik snap het wel –tijdgeest en energieakkoord- maar ik merk dat ook dat ik me er flink aan erger.

Misschien komt dat doordat ik al een tijdje meedraai in dit vakgebied. Ik herinner me de lancering van het Nationaal Milieubeleidsplan Plus in 1990 nog heel goed. Daar zat namelijk een bijlage ‘duurzaam bouwen’ bij, de bakermat van het begrip, met een uitgebreide definitiebeschrijving. Die kwam er op neer dat duurzaam bouwen ging over de thema’s energie (inclusief verkeer), water, materialen, flora & fauna en gezondheid. Met die definitie ben ik dus opgegroeid en die strookt niet met die van nu. Is er misschien sprake van de bekende “ vroeger was alles beter”-reactie?

Ik denk het eigenlijk niet. Mijn ergernis wordt namelijk ook gevoed doordat ik nu veel in Canada ben en daar die integrale en brede benadering van het begrip duurzaam bouwen overal WEL terugzie; en gelijk ook alle kansen die dat biedt. Ik zie talloze projecten waar energiebesparing van woningen tot stand komt doordat bewoners meegenomen zijn in een proces waarbij de hele wijk wordt aangepakt en er voortdurend relaties werden gelegd tussen energie in de  woning, energie van transport,  voedselproductie, gezondheid, werkgelegenheid, veiligheid en woongeluk. Met name dat laatste is interessant. Uit de vele publicaties over de relatie ‘geluk en (woon)plek’ blijkt namelijk dat  hoogwaardig groen, openbaar water, en autoluwe omgevingen een belangrijke bijdrage leveren aan het welbevinden van bewoners. De duurzaam bouwenthema’s verkeer en flora en fauna hebben dus een bijzonder grote positieve impact op de woonbeleving. De ervaringen met de eco-wijken die in Nederland in de jaren negentig zijn gerealiseerd volgens de toenmalige definitie van duurzaam bouwen, bevestigen dit. De wijken worden nog steeds erg gewaardeerd. En dat komt vooral door, jawel, het groen, het water en het (deels) autovrij karakter.

En natuurlijk is het niet zo dat aan deze kwaliteiten van de woonomgeving geen aandacht meer wordt geschonken. Maar dat gebeurt vaak minder dan in het verleden, onder meer als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen en de beperktere invloed van corporaties. En het is los komen te staan van het thema energie. En daardoor blijven dus kansen liggen.

Mijn voorstel is daarom, als eerste stap, om het niet meer te hebben over de gebouwde omgeving energieneutraal of energienul maken, maar over klimaatbestendig maken. Het reduceren van het energiegebruik van woningen valt daar logischerwijs onder, maar ook het bestendig maken van de openbare ruimte tegen overmatige regenval en grote droogte door, daar komt het weer, het vergoten van het aandeel groen en water en het terugdringen van de verharding; o.a. door het beperken van autowegen. En het beperken van autowegen leidt weer tot veilige speelruimtes en ontmoetingsplekken en uiteindelijk, samen met dat water en groen, tot meer woongeluk.

Hoeveel win-wins wil je hebben? Laten we daarom de tijd snel achter ons laten dat je woningen die een enorme (energetische ) kwaliteitsimpuls hebben gekregen een ‘vlag op een modderschuit’ kunt noemen.  Een woonomgeving die niet gelijktijdig met die woningen wordt opgeknapt, is een modderschuit. Een woonomgeving die wel gelijktijdig een duurzame kwaliteitsimpuls krijgt, is een bron van geluk. 

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog zeven uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

Beter voor iedereen

Dit blog is geschreven door René Schellekens.

Situatieschets:

Het is nu ongeveer 8 jaar geleden dat ik mijn woning kocht van de Woningbouwcorporatie. Ik was er dolgelukkig mee, mijn eigen huis, mijn bezit. De hypotheek was niet veel hoger dan de huur. Dus dat was geen enkel probleem. Twee jaar geleden bleek dat ik mijn dakgoot moest vervangen, een aardige kostenpost. Kijk, mijn kozijnen schilderen kan ik zelf, maar dit soort dingen moet ik toch echt uitbesteden. Ik sloot een kleine lening af voor mijn dakgoot en die is nu bijna afbetaald. Gelukkig maar want die extra lasten kan ik er eigenlijk niet bij hebben. Ik ben al blij als ik mijn hypotheek en de energierekening betaald heb en voldoende overhoud voor eten en kleding. Dan heb ik ook nog de schooluitjes van mijn kinderen, die ook altijd voor onverwachte kosten zorgen. De wijk waar ik woon is door de jaren heen wat verwaarloosd. De betonnen trapveldjes zijn gescheurd en verzakt. Die enkele keer dat mijn kinderen er een balletje trappen, vallen ze geheid hun broek kapot. Moet dat weer worden opgelost. Als er niemand voetbalt hangen er allerlei jongeren met scooters rond. Ouderen in de buurt mijden die plekken. Ze vertrouwen de rondhangende groepjes jongeren niet. Ik denk dat ze zich geen zorgen hoeven maken, ik ken enkele van die jongens. Maar je hoort en ziet van alles in het nieuws natuurlijk. Dat maakt veel mensen in de buurt argwanend en voorzichtig.

Vorige week was er een bijeenkomst in de buurt georganiseerd door de gemeente. Het zou over onze buurt gaan, daarom dacht ik dat ik daar naartoe moest. Ik wil graag het beste voor mijn buurt, er met zijn allen iets van maken. De bijeenkomst ging over gas. De leidingen waren verouderd of zo en die wilden ze niet vervangen, omdat dat te duur was. Wat wilden we dan in de wijk? Het ging over energiebesparing, warmte in huis, elektrisch koken en zo. Om mijn energierekening betaalbaar te houden zou ik moeten gaan isoleren en andere verwarming in mijn woning laten plaatsen. Het ging allemaal nog wel zeker tien jaar duren, maar er zou wel heel veel veranderen. Ik schrok hiervan en raakte eigenlijk wat in paniek. Ik zou flink moeten investeren in mijn woning en dat wil ik ook best, maar hoe? En waarom is die energiebesparing en dat gas nu zo belangrijk? Terwijl er in de buurt volgens mij wel belangrijkere dingen zijn die eens aangepakt moeten worden. Die veldjes bijvoorbeeld, al dat beton en het rondslingerend afval. Waarom komt de gemeente daar niet over praten?

Bovenstaande zou zomaar een reële situatie kunnen zijn. Hoe gaan we er rondom energietransitie voor zorgen dat het voor iedereen beter wordt? Hoe zorgen we sowieso dat mensen prettig wonen? Vergaande energierenovatie van woningen heeft het in zich om ook de leefbaarheid, gezondheid, werkgelegenheid en welbevinden in wijken te verbeteren. Onderzoek toont dit aan. Hier moeten we over communiceren met elkaar. Door energiebesparing niet langer tot doel te verheffen, maar als middel in te zetten, kan het bijdragen aan ambities op andere beleidsterreinen en kan ingespeeld worden op de behoeften van de mensen in de wijk. Energierenovatie kan zo een middel zijn om wijkvernieuwing extra kracht te geven.

De Bonsaibelofte

Kunnen alle gemaakte beloftes, ook over de langere termijn, worden nagekomen?

Op de tekening die het online-onderwijs voor professionals kenmerkt, de cursus die we gemaakt hebben over ‘Energie Vriendelijke Renovatie Processen’, staat een bewoner met een plantje in de hand. Voor velen is het een raadsel waarom, maar daar zit een verhaal achter: Het inmiddels voor velen bekende  verhaal van het Bonsaiboompje. Het betreft de pijnlijke ervaring van een bewoner uit Kerkrade die instemde met de renovatie van zijn woning op basis van de belofte dat zijn zorgvuldig gekweekte Bonsaiboompje gespaard zou blijven. En wat gebeurde er op de eerste dag van de bouwactiviteiten? (zie voor het oorspronkelijke relaas het laatste stukje van de Kerkrade-video op http://happyrenovatie.nl/).

Nu is dit een uitzonderlijk geval van het niet nakomen van beloftes maar er zijn er natuurlijk velen. Onze reis door het verleden leverde ook een paar mooie gevallen op. Om te beginnen natuurlijk de vele optimistische beloftes over de te behalen energiebesparing. Dat is een les die ondertussen alle professionals wel hebben geleerd; wees nooit te stellig met verwachte besparingen want een bewoner hoeft maar iets anders te doen dan gedacht en het verhaal gaat niet meer op.

Ikzelf heb mij ook schuldig gemaakt aan een belofte die de tand des tijds niet kon doorstaan. Op basis van bepaalde onderzoeksgegevens durfden mijn collega’s en ik twintig jaar geleden vrij stellig te beweren dat de houtsoort Western Red Cedar, als deze onbehandeld zou blijven, over de tijd mooi zou vergrijzen. Wat wij echter niet wisten is dat de oriëntatie daarbij van grote invloed is. Dus inderdaad, sommige gevels van Western Red Cedar werden echt mooi. Anderen echter een stuk minder. Alweer; voorzichtigheid bij stellige uitspraken is geboden. Maar ook het goed communiceren over gemaakte afspraken. Het omgehakte Bonsaiboompje zou eigenlijk bij elke professional blijvend op het netvlies moeten branden.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog zes uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

De zonnecollectorzeperd

Functioneren de gekozen technieken ook over de langere termijn?

Ik maakte het eerder mee: een zonnecollector waarvan pas na jaren bleek dat hij nooit had gewerkt. Bij een van de eco-wijken kwamen we hetzelfde tegen, maar daar was de situatie nog wat schrijnender. De bewoners huurden daar namelijk de zonnecollectoren. Zij deden dat in het volste vertrouwen dat deze goed in de gaten werden gehouden. Hun eigen mogelijkheden daartoe waren beperkt, want vergelijken met een eerder verbruik konden ze niet. Het waren immers nieuwbouwwoningen. Pas na vele jaren bleek dat alle collectoren het al tijdens de eerste vorstperiode hadden begeven. De verhuurder controleerde de werking alleen direct na oplevering en had het falen ook niet in de gaten. Ingewikkelde discussies over terugbetalen van de jarenlange huurkosten waren het gevolg.

Het gebeurt nog steeds: energiezuinige installaties die het al snel opgeven zonder dat iemand het in de gaten heeft. En het gaat daarbij niet alleen om zonnecollectoren. De verhalen over niet-functionerende warmtekrachtinstallaties zijn ondertussen overbekend. Vaak betrof het hier installaties waarvan pas bij controle bleek dat ze al lange tijd op kleine back-up-installaties draaiden.
Bij renovaties is de kans wat kleiner dat het zo erg misgaat. Het verbruik voor en na kan immers vergeleken worden. De opkomst van de slimme meter helpt eveneens om het probleem te verkleinen. Die slimme meter richt zich echter nu nog alleen op het elektriciteitsverbruik. Daarom blijft het wijsheid een controlemechanisme in te bouwen voor de langere termijn, zeker bij innovatieve installaties. Niet goed functioneren is immers niet het enige gevaar. Het hele product kan met het falen ten onder gaan, zo leert het verleden ons.

Toen de problemen met de zonneboilers in de eco-wijken zich voordeden, speelde de media geen rol bij de discussies. Bij een foute aansluiting van balansventilatie met warmteterugwinning in een Vinexwijk betrokken de boze bewoners echter wel de media erbij, met als gevolg een grote terugval in populariteit van dit energiezuinige systeem . ‘De Vinex-ziekte’ noemde vakblad Cobouw destijds de ellende die dit met zich meebracht. Nu hebben we de social media. Bewoners hebben de pers niet meer nodig om hun frustratie de wereld in te brengen. We kunnen de problemen die daarvan het gevolg kunnen zijn daarom maar beter voorblijven, door goed te controleren. Ook over een langere periode. Zonnecollector-zeperds moeten immers worden voorkomen. En als dat niet lukt? Niet in welles-nietesdiscussies verzanden, maar de problemen voor bewoners zo snel mogelijk oplossen en de ellende royaal compenseren. Ook dat leert het verleden.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog vijf uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

Het dak-dilemma

Kunnen de gekozen technieken vervangen worden wanneer er betere alternatieven voorhanden zijn?

We lachten hard mee met de bewoner die het ons vertelde: “Een installatie op zolder plaatsen voordat het dak erop zit! Zodat je de installatie alleen nog maar in stukken gezaagd kunt afvoeren wanneer hij moet worden vervangen! Hoe onnozel waren we destijds!”   Het lachen verging ons echter toen we bij navraag te horen kregen dat ook nu nog, bij ingrijpende renovaties waarbij zowel het dak als installaties worden vervangen, af en toe hetzelfde gebeurt. Ook dan vaak zonder na te denken over de consequenties bij vervanging. Het dak-dilemma is duidelijk: het is een stuk eenvoudiger –  en waarschijnlijk ook goedkoper – om een installatie op zolder te plaatsen als het dak eraf ligt. Maar wie even verder in de tijd denkt, ziet ook meteen de bezwaren.

Gelukkig hoorden we ook een verhaal over een dergelijk project waarbij in het nieuwe dak een groot zolderraam was geplaatst die de mogelijkheid biedt om een installatie later te verwijderen en te vervangen. Voorlichting hierover aan de bewoners werd bij dit project erg belangrijk gevonden, want wanneer deze enthousiast het raam vervangen door een dakkapel zitten ze later alsnog met een probleem. Er werden ons nog meer goede voorbeelden verteld. Zoals over de aanbouwunits voor installaties, zodat de installatie zich buiten de woning bevindt en eenvoudig vervangen kan worden. Maar we hoorden ook een verhaal over een renovatieproject waar in de plaats van de traditionele installatie een warmtepomp kwam die met bodemcollectoren werkt. Uit gewoonte – daar stond de oude installatie immers ook – werd de warmtepomp op zolder geplaatst. Een plek voor de installatie op de  begane grond was handiger geweest, want deze keuze leidde tot een wirwar aan leidingen door het huis. Ook dit voorbeeld illustreert: een beetje nadenken over de consequenties van keuzes kan geen kwaad.

Dat de nasleep van dit soort slordigheden heel lang kan zijn, blijkt uit wat iemand vertelde naar aanleiding van dit dakverhaal.  In de historische woning waarin hij woont, bevindt zich in de kelder nog steeds een ingemetselde kolenkachel. Die was destijds uiterst modern en nu dus niet meer weg te krijgen. Dus voordat het dak-dilemma zich voordeed, ontstonden er al kelder-kopzorgen. Wat is het volgende probleem dat we nu veroorzaken maar niet onderkennen?

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog vier uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

De tijd bepaalt of we goed bezig zijn

Duurzaamheid gaat over tijd. Volgens de definitie van Bundtland heeft het streven naar duurzaamheid immers tot doel de wereld ook voor de generaties na ons leefbaar te houden. Door nu maatregelen te treffen, proberen we onomkeerbaar onheil op langere termijn te voorkomen. Een te grote opwarming van de aarde is een voorbeeld van een dergelijk onheil. En om die ramp te voorkomen, zetten we nu met man en macht in op het terugdringen van ons energieverbruik en het gebruik van eindige bronnen zoals olie en gas. Daarom ontwikkelen we innovatieve energiebesparende concepten voor de bestaande woningbouw – immers een grootverbruiker van energie – en proberen we bewoners enthousiast te krijgen voor het integreren van die concepten in hun woning. Dat klinkt logisch.

Echter: speelt de factor tijd, zo bepalend voor duurzaamheid, ook een rol van betekenis bij de ontwikkeling van al die innovatieve concepten en bij het treffen van duurzaamheidsingrepen in het algemeen? Bereiken we met wat we nu allemaal doen eigenlijk wel het beoogde resultaat op langere termijn? Het is deze vraag die mij en mijn collega’s fascineert en bezighoudt sinds de afronding van ons meest recente onderzoek. Zoals mogelijk bekend – zie ook eerdere blogs hierover – houden wij ons al geruime tijd bezig met de aantrekkelijkheid van energie-innovaties voor bewoners. We realiseerden ons op een gegeven moment dat in eco-wijken van de jaren negentig de duurzame innovaties van destijds waren toegepast en vroegen ons af hoe het na circa twintig jaar met die wijken stond. Zijn het fijne wijken geworden? Zijn ze dat ook nu nog? En hebben de destijds getroffen duurzaamheidsmaatregelen daarop invloed gehad? Kunnen we voor ons werk met bestaande woningen nu iets leren uit ervaringen met wijken waar twintig jaar geleden heel duurzaam nieuw werd gebouwd (en waar dus al geruime tijd sprake is van bestaande woningbouw)? Kunnen we lessen trekken uit het verleden?

Ja, luidt het antwoord. Volmondig JA. Dat kunnen we zeker! Onze reis langs vijf eco-wijken uit de jaren negentig (in Delft, Drachten, Alphen aan de Rijn, Groningen en Amsterdam) en één wijk van een paar jaar later (in Culemborg) leidde in ieder geval voor ons tot verrassende inzichten waarin de factor tijd een grote rol van betekenis speelt.

We deden het volgende: we zochten in de literatuur over de relatie ‘geluk en plek’ (een erg actueel onderzoeksthema, ook internationaal) naar concrete aanknopingspunten om na te kunnen gaan of die eco-wijken echt ‘fijne’ wijken waren geworden. Vervolgens zochten we naar relaties met de daar getroffen duurzaamheidsmaatregelen. Die vonden we. Het autovrije karakter van de meeste van die wijken droeg bijvoorbeeld aantoonbaar bij aan het bevorderen van sociale contacten en de aanwezigheid van veel verzorgd groen en water in die wijken is onweerlegbaar een geluksbevorderende factor. We konden vaststellen dat alle zes wijken ook nu nog ‘fijne’ wijken waren en we concludeerden dus dat de blik verruimen van de woning naar de wijk, en van het thema energie naar meer duurzaamheidsthema’s, ook voor de aanpak van bestaande woningen en wijken van nu een factor van succes kan zijn.

Maar we vonden meer. Zo kwamen we bijvoorbeeld tot de toch vrij schokkende constatering dat veel milieumaatregelen die destijds in de woningen waren toegepast over de langere termijn weinig, tot geen, tot zelfs een averechts effect leidden. Het laatste vooral omdat bewoners zich anders bleken te gedragen dan de professionals van destijds hadden verwacht.

Ook bleken veel technieken hopeloos achterhaald, maar kunnen deze soms moeilijk worden vervangen (hoe haal je een installatie weg die is geplaatst voordat het dak op de woning kwam?). Diverse technieken blijken moeilijk te onderhouden omdat de destijds innovatieve onderdelen nog steeds (bijvoorbeeld) alleen in Duitsland verkrijgbaar zijn. Sommige maatregelen bleken helemaal niet of slechts beperkte tijd gefunctioneerd te hebben. En het meest indrukwekkende: bepaalde maatregelen bleken vergaande negatieve consequenties te hebben gehad voor de woningplattegrond. Iets waar de bewoners nu, twintig jaar later, nog steeds last van hebben, maar waarvan de aanleiding al lang achterhaald is door nieuwe technieken.

We deden snel een beknopt vervolgonderzoek; is het mogelijk dat we ook nu in dezelfde vallen trappen? En ja hoor, bij elke ‘fout’ uit het verleden kon vrij eenvoudig met hulp van diverse professionals een voorbeeld van nu worden gevonden.

Deze, en vele andere bevindingen uit het onderzoek, brachten ons dus bij ‘de tijd’ als bepalende, maar helaas sterk onderbelichte, factor voor succes. Wij stelden vast dat wanneer we met een langer termijnperspectief dan gebruikelijk zouden kijken naar de opgave van nu, we nu waarschijnlijk andere keuzes zouden maken dan vaak gebruikelijk.  Dan wordt vanzelf naar meer gekeken dan alleen naar het thema energie en het woningniveau omdat andere zaken veel belangrijker blijken. Dan gaan de belangen van de bewoners vanzelfsprekend een grote rol spelen. Hun gedrag bepaalt immers in grote mate of de technische ingrepen ook over langere termijn tot het gewenste effect leiden. En om met die belangen om te kunnen gaan, moet kennis vanuit andere disciplines optimaal worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan kennis uit de gedragswetenschappelijke hoek.

Anders gezegd; als we onze blik verbreden met betrekking tot de tijdsfactor verbreden we hem vrijwel als vanzelf ook met betrekking tot de definitie van duurzaamheid, de schaal waarop we werken en de disciplines die bij een project betrokken zijn (van energie alleen naar een breed scala van thema’s, van woning naar leefomgeving onder andere). En we verbreden hem zeker met betrekking tot de belangen van de bewoners want zij beïnvloeden het succes in grote mate. Bovendien; dé bewoner bestaat niet en, wat ook duidelijk bleek uit het onderzoek, een professional denkt niet als een bewoner.

Eigenlijk is het heel simpel: duurzaamheid gaat over de langere termijn. Het treffen van duurzaamheidsmaatregelen dus ook.

Deze blog is eerder verschenen op deze pagina van Renda.nl

Het serre-syndroom

Leiden de gekozen technieken ook tot de beoogde (energie)prestaties bij ander gedrag van bewoners dan waarvan nu wordt uitgegaan?

Wie al wat langer meeloopt in de wereld van duurzaam bouwen weet dat serres in het verleden een uiterst populaire milieumaatregel in de woningbouw waren. Het waren constructies van enkel glas die tegen of tussen woningen en soms zelfs er helemaal overheen gebouwd werden.  Serres waren bedoeld als semi-buitenruimtes die het mogelijk maakten al vroeg in het voorjaar (en ook laat in het najaar) in je woning te genieten van de zon. Het positieve milieueffect was dat ze de binnenlucht van de woning  voorverwarmden, waardoor je minder hoefde te stoken.

Nu zie je serres in nieuwbouwwoningen nauwelijks meer en dat heeft een reden. Want wat bleek? Bewoners waardeerden de serres enorm vanwege hun prettige klimaat. Maar vaak vonden ze de ruimtes die de serres boden onhandig klein. En veel bewoners hadden behoefte aan ruimte. Dus vaak gebeurde er dit: bewoners openden de (zwaar geïsoleerde) buitengevel en trokken die kleine serre bij de woning. Het resultaat was een mooie grote woonkamer, een buitengevel van enkel glas en een bijzonder hoog energieverbruik. Het serre-syndroom ontstond en bouwers en architecten lieten een dergelijke aangebouwde constructie voortaan liever achterwege. Of ze gebruikten al hun creativiteit om de serre zodanig vorm te geven dat het boven beschreven effect niet kon optreden.

We hebben dus geleerd van het bouwen met serres dat ander gedrag van bewoners dan verwacht, vergaande consequenties kan hebben. Maar zijn die lessen ook doorgetrokken naar andere maatregelen? Daar kan je je vraagtekens bij zetten. Hoe vaak worden er bijvoorbeeld geen warmtepompboilers in een woning aangebracht die alleen goed functioneren als de bewoners precies volgens de voorschriften ventileren? Als ze dat vervolgens onvoldoende doen kan het apparaat niet genoeg warmte uit de ventilatielucht onttrekken en schakelt deze als vanzelf over op verwarming op een elektrische spiraal. Een bijzonder hoge elektriciteitsrekening is het gevolg. Of, als die warmtepompen voor warmwater zorgen, hoe vaak gebeurt het niet dat er meer warmwater wordt gebruikt dan met dat systeem mogelijk is? Omdat je bijvoorbeeld twee tienerdochters hebt die van uitgebreid douchen houden? Ook dan wordt overgegaan op elektrisch verwarmen in plaats van op het veel minder kostbare gas van voorheen.

Nog een voorbeeld: die uitblaaspunten van bijzonder energiezuinige luchtverwarmingssystemen. Wat gebeurt er als bewoners daar hun zo geliefde lange veloursgordijnen voor hangen?

Van het serresyndroom zijn we genezen, maar als we bij ontwerpen blijven uitgaan van voorgeschreven gedrag van bewoners, blijven er nog veel andere syndromen volgen.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog drie uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

Het stofzuigersuizen

Kunnen de gekozen technieken neveneffecten hebben die het woongeluk van bewoners op woningniveau kunnen beperken?

Onderzoek naar de relatie tussen ‘geluk en plek’ laat zien dat de relatie tussen ‘geluk’ en een Nederlandse standaard rijtjeswoning over het algemeen niet zo groot is. Uit onderzoek blijkt immers dat de geluksbepalende elementen op woningniveau vooral betrekking hebben op de ruimtelijke indeling. Spannende hoekjes, contrasten tussen privé en openbaar en tussen ordelijkheid en chaos, royale ruimtes en grote tuinen geven aanleiding tot dat zo bekende ‘verliefde gevoel’ dat mensen voor een woning kunnen hebben. En dat zijn nu niet meteen de kenmerkende eigenschappen van de op grote schaal seriematig ontwikkelde  woningen uit bijvoorbeeld de jaren zestig. Niet dat het niet heel fijn wonen kan zijn in een Nederlandse rijtjeswoning. Ook het onderzoek in de Nederlandse eco-wijken laat zien dat mensen bijzonder tevreden en zelfs heel gelukkig kunnen zijn met hun woonsituatie in een rijtjeswoning. Dat geluk vindt echter meestal niet zijn oorsprong in de woning zelf maar in van alles er omheen. De woning zelf moet meestal vooral ‘voldoen’. Hij moet voldoende groot zijn en vooral ‘goed functioneren’. Dat wil zeggen dat er geen sprake mag zijn van overlast. Niet van geluid, niet van temperatuur en niet van tocht. Ook moeten de toegepaste technieken doen waarvoor ze zijn bedoeld. Geen storingen dus, geen lekkages en geen wegrottend hout, om maar wat voorbeelden te noemen.

Dat alles klinkt logisch. Toch lijkt het erop dat enthousiasme van professionals voor duurzame maatregelen soms ten koste gaan van deze basisbehoeften. Wie kent niet de verhalen van bewoners die klagen over de luidruchtige maar oh zo energiezuinige installaties op hun zolder bijvoorbeeld? In het eco-wijkenonderrzoek waren er ook talloze verhalen op dit vlak. Bijvoorbeeld over zolders die grotendeels werden ingenomen door, destijds, innovatieve technieken. ‘Het was zo onhandig ingedeeld!”, vertelde een bewoner die daarom op eigen initiatief alles weer had veranderd. Een andere bewoner vertelde over het centrale stofzuigersysteem in zijn woning. Zo’n twintig jaar geleden waren de meeste mensen blij met een dergelijk systeem. Stofzuigers waren toen aanzienlijk zwaarder en groter dan nu en met zo’n systeem hoefde je alleen maar een slang te verplaatsen die je in elke kamer kon ‘inplugggen’. Een groot voordeel was bovendien het gezondheidseffect; stof werd centraal verzameld en verspreidde zich niet langer door het huis. Aan een bewoner van nu die wij spraken waren deze voordelen niet langer besteed. De ‘inpluggaten’ maken dat je op veel plekken geen kast kan zetten maar vooral het suizen van het systeem vond hij onverdraaglijk.

De vraag is natuurlijk: Wat is het stofzuigersuizen van nu? Welke neveneffecten van duurzame ingrepen gaan de bewoners zo irriteren dat ze bereid zijn de hele maatregel overboord te gooien?

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog twee uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

Duitse dingen

Zijn onderdelen van gekozen technieken ook op langere termijn nog verkrijgbaar?

Stel, je bent een renovatiespecialist en je gaat met een team van collega’s afkomstig uit verschillende sectoren aan de slag om een innovatief renovatieconcept te ontwikkelen dat bijzonder energiezuinig moet zijn. Je zoekt in binnen- en buitenland naar nieuwe producten en ontwikkelt als team nieuwe combinaties van grotendeels bestaande technieken. Uiteindelijk ontstaat er een innovatief concept dat wordt toegepast in een bestaande woning en goed blijkt te werken. Iedereen tevreden.

Tenminste, voor nu.

Maar wat is de situatie als dit slimme concept na een jaar of tien kuren begint te vertonen? Weten bewoners dan waar ze heen moeten met hun klachten? Doorziet een willekeurige installateur de slimme vondsten van het innovatieve team van destijds? Weet hij of zij waar de zo zorgvuldig geselecteerde onderdelen van de innovatieve technologie  te verkrijgen zijn? Het zou mooi zijn wanneer standaard het antwoord op deze vragen ‘ja’ zouden luiden. Omdat er immers als vanzelfsprekend is nagedacht over dit toekomstscenario van destijds. Echter, tenzij professionals van toen en nu sterk van instelling zijn veranderd (en die indruk heb ik niet) ligt een dergelijk antwoord niet voor de hand.

Gesprekken met bewoners van eco-wijken uit de jaren negentig maken duidelijk dat er destijds maar weinig over toekomstige problemen werd nagedacht. Zo vertelde een bewoner over zijn destijds innovatieve Duitse verwarmingssysteem waarvoor nog steeds, wanneer er iets kapot gaat, een vervangend element in Duitsland gehaald moet worden. Duitsland was, in ieder geval destijds, immers de plek waar veel goede verwarmingssystemen vandaan komen. Gelukkig weet hij waar hij moet zijn maar de kosten zijn buitensporig hoog. Het is echter overall nog steeds een prima systeem dus vervangen is ook zoiets. Maar als hij nu kon kiezen wist hij het wel; nooit meer ‘Duitse dingen’.

De vraag is natuurlijk; hoe zit dat met onze innovaties van nu? Weten de ‘ gewone’  installateurs daar straks raad mee? Zijn de onderdelen eenvoudig te verkrijgen als er iets stuk gaat? Of maken we ook nu nog dezelfde fout als destijds? Waarschijnlijk zijn de innovatieve producten van nu niet langer ‘ Duits’  maar of ze straks makkelijk  te verkrijgen zijn?  

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is het eerste blog uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

Ontschot de budgetten!

Dit blog is geschreven door René Schellekens. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Energiezuinige renovatie als middel voor sociale en economische vooruitgang.

Al zeker 20 jaar ben ik bezig met energie, klimaat en duurzaamheidsbeleid op het lokale niveau. In die jaren heb ik vele nieuwe technieken, innovaties, expertises zien langskomen. Binnen deze veranderingen blijft één ding ongewijzigd: We blijven denken en werken vanuit onze eigen expertise, vanuit ons eigen kader. Energie is iets van milieu, van duurzaamheid.

We zijn gewend om binnen ons eigen domein te kijken en te werken. Of je bent sociaal domein, of je bent fysiek domein of je bent economisch domein. Een paar jaar geleden was ik echter in Kerkrade en zag daar dat een wijk die volgens de Nul op de Meter methode was gerenoveerd, niet alleen leidde tot energiebesparing en opwekking van duurzame energie. De bewoners van de wijk waren trots op hun ‘nieuwbouw’ wijk. In voortuintjes stonden geen auto’s olie te lekken, maar stonden plantjes en waren hier en daar mensen aan het werk. Het sociale domein was veranderd.

Kon het misschien zijn dat de energierenovatie (fysiek domein) meer opleverde dan alleen de beoogde lagere energienota en revenuen voor bijvoorbeeld de corporatie? Welke waarde creëren energierenovaties eigenlijk voor de mensen zelf, en voor de samenleving als geheel? Wie heeft er profijt bij energierenovaties? Kunnen we een breder plaatje schetsen, waarbij sociaal, fysiek én economisch domein meegenomen worden?

Het was aanleiding voor een diepte-onderzoek. Dit is inmiddels afgerond en toont aan dat er naast energiebesparing nog allerlei andere waarde wordt gecreëerd. Denk aan toegenomen werkgelegenheid, met daaraan gerelateerd meer welzijn voor de betreffende arbeiders en hun directe omgeving, verminderde werkloosheidsuitkeringen, verhoogde inkomstenbelasting en BTW inkomsten voor overheden. Denk aan waarde verhoging van woningen (en dus ook hogere OZB), comfort en gezondheidswinst voor bewoners en CO2 reductie. In het onderzoek is geprobeerd om de effecten zoveel mogelijk monetair te maken. Bij alle voorbeeldprojecten pakte de brede business case (sociale, fysieke en economische effecten – People, Planet, Profit – meegenomen) gunstig uit. Rapport waardecreatie

Wat als we energierenovaties niet meer alleen als (klimaat)doel kunnen zien, maar ook als middel voor sociale en economische vooruitgang? Doelen en budgetten van de diverse beleidsvelden kunnen dan bij elkaar komen en een nieuwe vorm van stads en dorpsvernieuwing kan ontstaan. Versnelling van de duurzaamheidsopgave gaat dan hand in hand met versnelling van de sociale en economische opgave. In combinatie met de beweging van onderaf, de “participerende burger en ondernemer”, kan dan op wijkniveau écht invulling gegeven worden aan People and Planet and Profit en een nieuwe, florerende lokale economie.

Ons onderzoek is nog maar het begin van wat mogelijk is. Beter berekenen, meten en beoordelen van wat de effecten zijn van onze energetische maatregelen in de bouwsector leidt ertoe dat we beleidsbeslissingen en investeringsbeslissingen kunnen beoordelen op hun wérkelijke businesscase. Niet alleen de technische aspecten, maar juist ook de sociale effecten en de economische effecten.

Op 13 juni aanstaande is in de Jaarbeurs het NUL-NU congres, met expliciete aandacht voor concrete instrumenten om naast bouwfysische effecten, ook de sociale effecten en economische effecten van duurzaamheidsmaatregelen te bepalen, als onderbouwing voor je investeringsbeslissingen.

Kom je ook de inspiratie én middelen halen om het ontschotten van de domeinen en integrale samenwerking te stimuleren en zo gezamenlijk te werken aan een duurzame wereld? Ik ben er in ieder geval bij!