Categorie archief: blog

Een Vitale Organisatie

Dit is het vervolg op mijn blog “De Toekomstbestendige Corporatiemedewerker”. Daarin schetste ik de trends op het gebied van werk en werkomgeving waar corporaties en medewerkers mee te maken krijgen. Hoe blijf je als mens en organisatie in die veranderende wereld overeind? Hoe blijf je gezond en vitaal? Dat schets ik in deel 2:

Albert Sonnevelt heeft in zijn boek ‘De Levenscode’ zes lagen van de vitaliteitspiramide uitgewerkt. Wat heb je als mens nodig in je leven om je energiek en vitaal te voelen? Je verwacht dat voeding en beweging op de eerste plaats staan. Dat is niet zo.

Vitaliteitspiramide

De vitaliteitspiramide

Albert Sonnevelt stelt:

  1. Zinvol leven: Om je vitaal te voelen is het belangrijk je leven een doel te geven.
  2. Sociaal netwerk: Zorg dat je genoeg vrienden hebt die er in goede en slechte tijden voor je zijn.
  3. Positief denken: Hoe je denkt heeft invloed op je gezondheid.
  4. Regelmatig herstellen: Zorgen voor rust en herstel draagt bij aan je vitaal te voelen.
  5. Genoeg bewegen: Bewegen is niet alleen goed voor je botten en spieren, maar houdt ook je hart en bloedvaten in conditie.
  6. Goede voeding: Goede voeding is gezond eten waarbij je alle benodigde bouwstoffen binnenkrijgt om lichamelijk en geestelijk optimaal te functioneren.

Een vitale corporatie met vitale mensen

Ik vertaal deze elementen naar wat een corporatie en haar mensen nodig hebben in deze tijd van veranderingen, onzekerheid en soms ook onduidelijkheid. Je moet nadenken hoe je als organisatie toekomstbestendig kunt zijn. Gezond en vitaal worden, dat is wat je wilt!

1.      Zinvol werken: “de bedoeling”
We hebben het altijd over een stip op de horizon zetten. Maar ik heb het liever over “de bedoeling”. Dat kunnen zelfs meerdere stippen zijn! Als je niet weet wat “de bedoeling” is, is de kans klein dat je komt waar je wilt komen. Alle medewerkers moeten weten wat “de bedoeling” is. Ze moeten erin meegenomen worden en ze moeten er in willen meegaan. Dat werkt het beste als ze van het begin af aan worden meegenomen in het proces. Formeer bijvoorbeeld een klein slim groepje met een doorsnede van mensen uit alle lagen van de organisatie, om te praten over “de bedoeling”. Je zult verrast zijn van de creativiteit en het innovatievermogen van mensen. Als mensen deel uitmaken van een team dat dezelfde “bedoeling” heeft, nemen ze zelf initiatief en denken ze mee over de weg er naartoe.

2.      Sociaal netwerk: je collega’s
Collegialiteit houdt in dat je je collega’s helpt en ondersteunt wanneer dat nodig is en rekening houdt met hun behoeften en belangen. Soms zijn de verschillen tussen collega’s groot en ontstaan er irritaties. Investeer dan eens in een manier om jezelf én elkaar goed te leren kennen. Een beproefd en praktisch instrument dat ik hiervoor vaak inzet is MBTI® (Myers-Briggs Type Indicator). Er ontstaat een uniek inzicht in wat mensen beweegt, zodat je snel een teamanalyse kunt maken en strategieën kunt vormen voor het vergroten van teamprestaties. Met dit persoonlijkheidsinstrument als stevige onderlegger kun je teamprestaties dus snel verbeteren. De relaties en communicatie binnen teams en tussen collega’s worden zichtbaar beter. Je haalt letterlijk het beste uit jouw mensen. Door deze inzichten ontstaat openheid en respect voor elkaar. Hierdoor zijn jij en je collega in staat een positieve bijdrage aan de (werk)sfeer op de afdeling en in de organisatie te leveren. Collegialiteit en teamspirit zijn van vitaal belang voor een organisatie.

3.      Positief denken: klantgericht denken
“De bedoeling” die je als organisatie bepaalt, heeft meestal betrekking op betekenisgeving: je wilt iets doen voor een klant, die deze dingen niet zelf kan doen. Dat voelt goed! Zeker als je dat doet op een plek met fijne collega’s en waar je met veel plezier kunt werken.

4.      Regelmatig herstellen: reflectiemomenten
Ik sprak laatst een manager Wonen die in haar agenda elke vrijdag 2 uur heeft geblokt voor “reflectie op de week”. Hoe gaaf zou het zijn als we allemaal regelmatig de tijd nemen om terug te kijken op wat je hebt gedaan en in hoeverre dat bijdraagt aan “de bedoeling”. Ook zou je elk kwartaal of per halfjaar met het gehele team een inspiratiedag kunnen organiseren waarbij je reflecteert én vooruitkijkt met elkaar. Een dag waar de mensen ook geïnspireerd worden het beste uit zichzelf en elkaar te halen. Ik organiseer regelmatig van dit soort teamdagen en het werkt echt! Er ontstaan nieuwe inzichten om met elkaar samen te werken en stappen te zetten richting “de bedoeling”.

5.      Genoeg bewegen: meegaan in verandering
“Hoe krijg ik mijn medewerkers mee in verandering?” is een vraag die ik heel vaak hoor. Ook de medewerkers zelf worstelen met deze vraag. Ze voelen zich onzeker en onstabiel door alle veranderingen. Dit is niet alleen een kwestie van goed communiceren. Hier komt meer bij kijken. Het gaat niet om “mensen meekrijgen”, je moet altijd kijken op persoonsniveau. Ook hier is het instrument MBTI® weer heel handig. Daarmee krijg je een gebruiksaanwijzing voor jezelf én voor anderen. Oók als het gaat om wat iemand nodig heeft om mee te gaan in verandering.

6.      Goede voeding: ondersteuning
Gezond eten geeft je de nodige energie. Ook om te excelleren in het werk moeten mensen “gevoed” worden. Mét erkenning en het gevoel dat je ondersteund wordt in je ontwikkeling zul je tot betere prestaties komen.

Door de vele veranderingen en toch wel onzekere tijden in corporatieland voelen medewerkers én leidinggevenden een toenemende druk om te presteren. Je gaat vaak heel erg je best doen en hard werken om jezelf te bewijzen. Dan merk je na een tijdje dat je energie verliest omdat je meer geeft dan ontvangt. In een coachtraject reflecteer ik met je op je eigen manier van doen. Aan de hand van situaties uit het werk, sparren we over de te hanteren aanpak. We houden daarbij jouw kwaliteiten en je professionele gedrag aan als richtinggevend kompas. Door samen te reflecteren op wat er in je werk gebeurt en welke rol je daarin hebt, krijg je nieuwe ideeën en inzichten die je een boost (voeding) geven om zaken te verbeteren of anders aan te pakken. Je wordt gevoed met concrete handvatten die je ook nog kunt gebruiken als het coachtraject is afgerond. Hiermee krijg je zelfinzicht en inzicht in de ander, kun je je communicatie verbeteren, omgaan met stress, leer je omgaan met veranderen, verbetert je besluitvorming en probleemoplossing, leer je hoe je je persoonlijke leiderschapsstijl inzet en verder ontwikkelt en leer je hoe je conflicten kunt hanteren.

Toekomstbestendig

Ik gun het iedereen en iedere corporatie om gezond en vitaal te zijn. Het geeft rust als je bovenstaande zaken op orde hebt. De organisatie bloeit en de medewerkers zijn toekomstbestendig. Ze zetten vol vertrouwen stappen richting een gemeenschappelijk doel: “jullie bedoeling”. Mensen zullen zich bewuster worden van hun kwaliteiten en deze inzetten in hun werk om goed en met veel plezier te werken.

Juli 2018,
Marion Muller – van der Flier
www.vaartinsamenwerken.nl

 

Bewonerscommunicatie is niet de echte sleutel tot succes

We beginnen het in de bouw eindelijk eens te worden over het feit dat het niet de techniek of het geld is dat cruciaal is voor het slagen van een renovatieproject, maar dat de bewoners daarin de werkelijke sleutel tot succes vormen. Er wordt al jaren geroepen dat de klant, de bewoner, centraal moet komen te staan. Waar dit eerst vooral mooie woorden waren, wordt het in de praktijk steeds duidelijker dat mooie woorden alleen niet genoeg zijn. En mocht dat nog in twijfel getrokken worden, dan zorgen de bewoners er tegenwoordig zelf wel voor dat je de daad bij het woord gaat voegen. Zonder hun medewerking kun je het renovatieproject immers wel op je buik schrijven.

Hoewel het tevreden stellen van bewoners en het scoren van een hoog cijfer in bewonerstevredenheid het succes van een project voor een groot deel bepalen, is het niet terecht om dit enkel en alleen op te hangen aan de bewonerscommunicatie. Bewonerscommunicatie kan namelijk niet alles oplossen. Als er een probleem is met een bewoner dan is het waarschijnlijk dat er minstens al op drie andere plekken in het proces verkeerde keuzes zijn gemaakt en valse verwachtingen zijn ontstaan. En vaak komt dit pas bij het persoonlijke gesprek met de woonconsulent aan de keukentafel aan het licht. Niet iedere huurder pakt tijdens een bewonersavond het podium om zijn of haar onvrede te uiten. En vaak wordt tijdens het keukentafelgesprek pas echt duidelijk voor de bewoner wat er gaat gebeuren, hoe het eruit komt te zien en wat de impact op zijn dagelijks leven is.

Lees het hele artikel van Doris de Bruijn hier.

De toekomstbestendige corporatiemedewerker

De zekerheid in de corporatiesector van een baan tot aan je pensioen is verdwenen, voorgoed. Woningcorporaties hebben gereorganiseerd en zullen dat blijven doen. Dat moet ook, want er blijven veranderingen komen waar zij zich aan moeten conformeren.

Paniek
De reacties van medewerkers op reorganisaties en de daarbij behorende veranderingen variëren van gelatenheid tot lichte paniek. Een reorganisatie is nodig voor een toekomstbestendige organisatie, dat snappen ze allemaal wel. Maar hun eigen emoties zitten in de weg en sommige mensen hebben de neiging om de hakken in het zand te zetten. Waar krijg je als medewerker straks mee te maken? Hoe ga je als organisatie en medewerker om met de veranderingen en hoe beweeg je hierin mee? Daarvoor moet je meer weten over de trends die op het gebied van werk en werkomgeving spelen.

De trends die we zien zijn:

1. Digitalisering, automatisering en big data

Technologische ontwikkelingen hebben een grote invloed op de aard van werk van woningcorporaties. Administratieve en uitvoerende banen nemen af en kenniswerk en dienstverlenend werk neemt toe. Want hoewel de meeste corporaties werken aan verdere digitalisering van de externe en interne processen, mag deze de communicatie met de bewoners niet verslechteren. Persoonlijk contact met bewoners blijft essentieel.

2. Samenwerken in netwerken

Ook verandert onze manier van werken en samenwerken. Werk dat overblijft wordt complexer en meer specialistisch van aard en is meer gericht op innovatie en creativiteit.

Expertises zullen meer aan elkaar verbonden worden, het aantal stakeholders in de keten neemt toe en de grenzen van organisaties vervagen. Traditionele organisatiestructuren verschuiven naar matrix- en netwerkorganisaties met hooguit een vaste kern om snel in te kunnen spelen op veranderingen. Deze meer organische manier van werken, zonder duidelijke structuren, vraagt om een adaptieve en toegankelijke werkomgeving waarin medewerkers met elkaar in verbinding worden gebracht. Ook worden door toenemende samenwerking sociale en communicatieve vaardigheden belangrijker.

3. Manager als verbinder

Experts verwachten daarnaast een aanzienlijke afname van het aantal managers, in het bijzonder in het midden- en lijnmanagement. Enerzijds als gevolg van automatisering van managementactiviteiten en anderzijds door de groeiende zelfsturing van teams en individuen. Managers zijn in de toekomst verbindend, coachend, faciliterend en vooral strategisch betrokken bij een team. Het management richt zich daarnaast op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod en het samenstellen van de juiste teams en samenwerkingsverbanden. Op de virtuele marktplaats van de organisatie is in de toekomst te zien welke medewerker met welke capaciteiten waarvoor inzetbaar is. Onderlinge toetsing en waardering van collega’s, teamgenoten en opdrachtgevers geven hier extra waarde aan.

4. Zelfsturing en aantrekken van goede medewerkers

Naast het optimaliseren van teams zien we een duidelijke trend richting peoplemanagement gericht op het coachen, begeleiden en ontwikkelen van medewerkers en hun loopbaan. Deze conclusie ligt ook in lijn met de toenemende zelfsturing van het individu en de toenemende ‘los-vastrelatie’ die de medewerker met een organisatie heeft. De trend in flexibilisering van werk zet door, dienstverbanden worden korter en arbeidsrelaties en arbeidsvoorwaarden zijn meer gericht op de behoeften van het individu. Ook verbinden medewerkers zich in mindere mate aan één werkgever. Het aantrekken van goed personeel wordt daarmee nog lastiger en vraagt om een andere benadering. Inspelen op individuele behoeften, faciliteren van eigen regie, een aansprekende cultuur en persoonlijke ontwikkeling staan bovenaan het prioriteitenlijstje van de toekomstige medewerker.

5. Het kantoor als katalysator

Een belangrijk gemeenschappelijk thema is daarnaast het realiseren van een goede balans tussen digitaal en fysiek werken en de invulling van de werkomgeving. Volgens de betrokken experts dient het kantoor in de toekomst vooral als een katalysator voor waardevolle ontmoetingen en verbindt het medewerkers met de organisatie, collega’s en andere stakeholders. In een tijd waarin we overal en altijd kunnen werken is verbondenheid (een ‘thuisgevoel’) essentieel voor het waarborgen van productiviteit en effectieve samenwerking.

 

Het menselijke aspect
Het is duidelijk dat ons werk en onze werkplek gaan veranderen. Ook voor woningcorporaties betekent dit dat je de huidige manier van werken niet zomaar kunt wijzigen, maar dat eerst nieuw beleid, werkgedrag en werkplekken nodig zijn om je organisatie te ondersteunen. De grootste uitdaging gaat niet over de fysieke omgeving of technologie, maar over het menselijke aspect: hoe ga je mee in de nieuwe werkcultuur?

Op dit vlak kan een instrument zoals de MBTI (Myers-Briggs Type Indicator) helpen. Zelfinzicht kan de betrokkenheid van medewerkers een boost geven of de communicatie in een team verbeteren. Bewust zijn van je MBTI-type kan een kader bieden en organisaties helpen verandering te faciliteren. Hoe beter organisaties verandering weten te faciliteren, hoe succesvoller zij zullen zijn in de nieuwe manier van werken.

De mens in een wendbare corporatie
VISA Vaart in Samenwerken, FM Consultants en TREIV , hebben hun expertise in de volkshuisvesting samengevoegd in “De Vitale Corporatie©”. In deze integrale aanpak komt de toekomstbestendige medewerker aan bod. De aanpak focust op kracht. Van daaruit gaan we bouwen. Zo werken we gericht toe naar vitale, wendbare en succesvolle woningcorporaties. De kern van onze aanpak is eenvoudig: wat je aandacht geeft, groeit. En dus vertrekken we vanuit dát wat goed is en goed gaat. Samen met het management en de medewerkers gaan we aan de slag om positieve punten te versterken. We maximaliseren wendbaarheid en versterken teams, processen, systemen en strategieën.

Januari 2018,
Marion Muller – van der Flier
www.vaartinsamenwerken.nl


Bronnen:

Verder van huis

Kleiner wonen en  jezelf ontdekken op fietsvakantie in Limburg, zo halen we de klimaatdoelen. Het was deze week de kop van een nieuwsbericht van de NOS. Allerlei jongerenorganisaties deden allerlei voorstellen voor overheidsbeleid omdat ze de klimaatdoelstellingen van het kabinet niet ver genoeg vinden gaan.

Tja.

Ik vind het enerzijds zo mooi, de overtuiging dat als iedereen zich maar aanpast we er wel komen. Het maakt me nostalgisch, want ik dacht ook zo (en terwijl ik het schrijf, haat ik mezelf. Want wat had ik een hekel aan al die ouderen die destijds zo vertederd  op mijn idealisme reageerden). Anderzijds maakt het me ook een beetje wanhopig. We leven in een democratie en heel veel mensen hebben tijdens de verkiezingen laten weten het klimaatprobleem niet de hoogste prioriteit te geven. Desondanks is het nieuwe kabinet voornemens ons land gasloos te krijgen en de Parijse klimaatdoelstellingen te halen. Je zou  kunnen stellen dat ze  laten zien de opgave serieus te nemen. Helpt het dan hen te zeggen dat ze hun achterban moeten dwingen in te leveren waar ze zo hard hun best voor hebben gedaan en altijd van gedroomd hebben? Een groot huis bijvoorbeeld en een verre vliegvakantie? Ik denk het niet.

Blijft de vraag; als dat niet werkt, hoe gaan we het dan redden? En dan kom ik gelijk weer met m’n stokpaardje; de wensen van mensen centraal stellen en ze niet dwingen te doen wat ze niet willen maar te verleiden tot het doen wat goed is. Mijn boodschap aan alle mensen die hun uiterste best doen om ons land duurzamer te krijgen luidt dan ook; zoek consequent, met veel creativiteit, o.a. bij het ontwerpen van producten, maar ook bij het aanbieden van diensten, steeds naar de koppeling tussen dat wat wel erg belangrijk  wordt gevonden door veel mensen en de milieubelangen. Ik geloof daar veel meer in dan in een collectieve gedragsverandering want hoewel ik wezenloze bewondering heb voor mensen die consequent zo energiezuinig mogelijk leven of stoppen met vlees eten,… er is maar een heel klein clubje van mensen die hun gedrag kunnen veranderen op basis van hun idealen. Ik wilde dat ik kon zeggen dat het anders was, maar ik hoor daar niet bij. Ik doe niet zo gemakkelijk uit mezelf ‘goed’ omdat de verleidingen  het ‘niet goed’ te doen simpelweg te groot zijn. Als mijn spieren het niet af hadden laten weten was ik waarschijnlijk nog steeds te lui om veel te bewegen  (en had ik nooit ontdekt hoe fijn ik wandelen vind). Zonder de vegetarische slager die zo lekker ‘wat-geen-vlees-mag-heten’ maakt en de wetenschap dat vlees niet alleen dier- en milieuonvriendelijk is maar ook niet zo gezond,  lukte het me waarschijnlijk minder goed minder vlees te gaan eten dan nu het geval is, en als er geen mooie betaalbare mens- en milieuvriendelijke mode en meubels  te koop waren had ik daar waarschijnlijk niet in geïnvesteerd. Hetzelfde geldt voor auto’s.

Dus zorg dat er producten en diensten komen die het gemakkelijk en aantrekkelijk maken om je milieubewust te gedragen. Want het goede nieuws is; het is maar een klein groepje mensen voor wie het klimaatprobleem de hoogste prioriteit heeft maar het is ook maar een klein groepje die het helemaal niet belangrijk vindt. Vrijwel iedereen vindt het prettig als dat wat men doet, goed is voor het milieu. Als kleine woningen het comfort en de leefkwaliteit van grote woningen evenaren of overtreffen is er kans  dat mensen kleiner gaan wonen. Maar ik zie niet in hoe je de fietsvakantie in Limburg aantrekkelijk gaat krijgen voor mensen die al jarenlang dromen over een trektocht door Vietnam of niks liever doen dan zonnen aan de Spaanse kust. Daar gelden andere oplossingen voor. Hogere vliegprijzen bijvoorbeeld als gevolg van het consequent toepassen van het principe ‘de vervuiler betaalt’. Ik noem maar wat. Waarschijnlijk ziet een groot deel van de mensen daar de redelijkheid van in. Maar van  inwoners van ons land verwachten dat ze simpelweg hun dromen opgeven terwijl allerlei andere partijen wel zonder consequentie niet-duurzaam door kunnen gaan, kan de weg niet zijn. Dat wekt weerstand en brengt politieke partijen aan de macht die waarschijnlijk veel minder ambitieus zijn dan onze nieuwe complexe coalitie van uitersten. En dan zijn we verder van huis.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal.

Techniek is bijzaak

Discussies over verduurzamen van de gebouwde omgeving gaan meestal over techniek. Over nieuwe opwekkers met een beter rendement, slimmere regelingen, geïntegreerde oplossingen. U kent het wel. En toch maken we geen meters, zeker niet in de bestaande voorraad. Bij mij is het gevallen, het spreekwoordelijke kwartje (voor de jongeren: historisch muntstuk met een waarde van ca. € 0,113). Het gaat helemaal niet over techniek, het gaat over het proces. Nog preciezer: het gaat over belangen en hoe we daarmee omgaan.

Mijn inspiratie komt van Samsø een Deens eiland ter grootte van Texel, dat ik recent met een delegatie van TVVL bezocht. Het eiland is energieneutraal en heeft zich voorgenomen voor 2030 fossielvrij te zijn. En ze gaan het halen. Niet vanwege high-tech oplossingen; integendeel. Wel vanwege boerenslimheid, sluitende business-cases en bundelen van belangen. Ook daar zijn ze begonnen met een technisch master-plan. Maar toen dat niet werkte en allerlei nimby-reacties opleverde, zijn ze niet gaan doordouwen, maar gaan praten en luisteren. Een schone lei, voldoende tijd en een open houding voor de belangen van alle betrokkenen. Die dan ook op basis van gelijkwaardigheid hun zegje mochten doen. Daar in analogie met de besluitvorming van de Vikingen, een historie die daar door iedereen gekoesterd wordt. Dat schiep een band en leverde de gewenste gelijkwaardigheid. Besluiten werden genomen nadat iedereen zijn visie had gegeven. Natuurlijk werd niet alles gehonoreerd, maar het werd wel een gemeenschappelijk plan, met oplossingen op-maat. Het kostte wel wat tijd; een jaar of drie voor een paar duizend bewoners. Maar daarna ging het snel en inmiddels pakken ze door. Het eiland is trots, de werkgelegenheid hersteld; de gemeenschap versterkt.

‘Polderen’ zou het Nederlandse equivalent kunnen zijn. In de letterlijke betekenis: samen de polder behouden en versterken, met de toekomst als gezamenlijk samenbundelend belang. Dan wordt techniek echt voorwaardelijk, en dus een bijzaak.

Harm Valk

Nieman Groep
Partner en senior adviseur

‘Oorspronkelijk gepubliceerd als column op de Cobouw.nl, oktober 2016’

#VanGasLos: ‘Elektrisch koken vereist meer dan inductieplaat en nieuwe pannen’

We gaan van gas los. Maar beseft de consument dat wel? Volgens mij vergeten we dat liefde door de maag gaat; niet alleen bij mannen trouwens. Omarmen van de energietransitie begint in de keuken!

Tussen beleidsmakers en deskundigen is er consensus dat de rol van aardgas in de gebouwde omgeving in 2050 marginaal zal zijn. Technisch is dat goed voor te stellen. Het is een grote operatie, maar ‘schouder eronder en gaan’. Het betekent wel een ingreep in 7 miljoen woningen, waarvan 6,99 miljoen ‘paleisjes achter de voordeur’. Met andere woorden: draagvlak en medewerking van al die individuele eigenaren en huurders is essentieel. Argumenten tellen daarbij minder zwaar dan emoties en overtuigingen. Het vraagt om een verandering van mindset.

Lees het gehele artikel van Harm Valk hier:
Elektrisch koken vereist meer dan inductieplaat en nieuwe pannen

In snel tempo van rijtjeswoning naar kluswoning.

Er moet versneld worden. Woningen moeten in verhoogd tempo worden verduurzaamd of beter gezegd energiezuinig gemaakt worden. Via woningcorporaties gaat dat snel. Een wijk of straat kan dan in een keer worden aangepakt. 70% van de bewoners moet het eens zijn met de maatregelen die worden getroffen, maar dan gaat ook de hele wijk of straat op de schop en wordt in één klap de wijk naar de toekomst gebracht. De corporatiewoningen worden in een kort tijdsbestek naar bijvoorbeeld Nul op de meter gebracht. De uiterlijke verschijningsvorm verandert en de jaren 70 wijk lijkt wel haast een nieuwbouw wijk te zijn geworden. De mensen die er wonen zijn tevreden. Hun woningen zijn gezonder, mooier, de woonlasten dalen of blijven gelijk en het comfort neemt toe. En het gas kan de wijk uit. Aan alle kanten is er winst. Of toch niet?

Tien jaar eerder zijn er in de wijk een twintigtal woningen uitgepond. De kopers van die woningen woonden al lang in de wijk en zagen hun kans schoon om eigen bezit te verwerven. Bovendien was de hypotheek niet veel hoger of net zo hoog als de huur. Dat het onderhoud daar niet bij in zat, had niet iedereen meteen bedacht. Maar met wat zelfwerkzaamheid was dat allemaal nog wel te doen. Zo woonde iedereen met veel genoegen in de wijk. Hier en daar verscheen een andere voordeur in de woningen of veranderde de kleur van voordeur en kozijnen, maar anders dan dat waren de koopwoningen niet van de corporatiewoningen te onderscheiden.

Nu had dus de corporatie het plan opgevat om haar woningen naar Nul op de Meter te brengen. De buurt zou er van opknappen. In maar tien dagen per woning verandert de wijk. En dat was ook zo. Maar voor de koopwoningen was zelfwerkzaamheid deze keer niet genoeg. De koopwoningen zijn nu heel goed van de corporatiewoningen te onderscheiden. Ze zien er nog uit als de jaren zeventig woningen die ze zijn. Ze steken nu negatief af ten opzichte van de corporatiewoningen. De mogelijkheid om de woningen ook naar Nul op de Meter te brengen is er financieel niet, ondanks een genereus aanbod van de corporatie om de helft van de kosten voor haar rekening te nemen. Verkopen wordt ook lastig, want de woningen steken schril af bij hun omgeving. De vraagprijs moet dus omlaag. Het ooit ervaren woongenot daalt ook, want het voelt niet prettig om in de mindere woning van de wijk te wonen. Het gas de wijk uit zoals aangekondigd hangt als een zwaard van Damocles boven de woningeigenaren. Dit leidt tot stress en paniek.

Conclusie: De wijk wordt dan weliswaar opgewaardeerd en 90% van de woningen zijn Nul op de Meter. De gaskraan kan echter nog niet dicht in de wijk. Een deel van de wijk is nog niet zover. De vraag is dan, zetten we de bewoners van die woningen letterlijk en figuurlijk in de kou of gaan we op zoek naar mogelijkheden om ook hen mee te nemen in de ontwikkelingen in de wijk?

Dit blog is geschreven door 
René Schellekens.

Het keukencomplex

Zijn de energiebesparende maatregelen van invloed op het gebruik van woning of wijk?

We moesten heel hard zoeken naar een antwoord op een vraag van een bewoner van een Eco-wijk uit de jaren negentig: “Waarom zijn de gesloten keukens eigenlijk zo ontworpen dat je er nooit een open keuken van kan maken?” Uiteindelijk, na lang graven in oude stukken, vonden we het antwoord. Dat was een energiebesparingsmaatregel. En waarom? Omdat het ventilatiesysteem dat destijds werd gebruikt op een hogere stand draaide in de keuken dan in de woonkamer. En bij een open keuken zou alles op een hogere stand moeten draaien en dat kostte extra energie. Helder.

Helder en betuttelend ook, denken we nu. En zoiets zagen we vaker. Wat te denken van een badkamer waarin geen bad past, omdat daarvoor veel warm water nodig is? Geen bad, minder warm water, minder energie.

De overweging is te volgen en in de context van toen ook wel te snappen. Er was een nationaal duurzaambouwenbeleid. Er werd volop geëxperimenteerd en huizen werden toch wel verkocht. Want het is echt niet zo – wat nu vaak wordt gedacht – dat alleen milieubewuste mensen in dergelijke wijken gingen wonen. Zeker niet. Een groot aantal nam zelfs al dat duurzaamheidsgedoe maar op de koop toe, omdat ze gewoon op die plek wilde wonen. En als dat alleen duurzaam kon, dan maar duurzaam. En dat je daar na twintig jaar nog steeds last van hebt, zelfs al is de duurzaamheidsmaatregel niet duurzaam meer (de huidige ventilatiesystemen letten bijvoorbeeld niet zo nauw), nam men op de koop toe.

Nu kan dat niet meer, denken we. Met de huidige markt kan je het niet maken maatregelen te treffen die ingaan tegen de wensen en behoeften van bewoners. Maar betekent dat dat we het ook niet doen? Het is in dat kader interessant om de huidige renovaties met luchtverwarming te bekijken. Het gaat daarbij om een verwarmingssysteem met vaste uitblaaspunten, waarbij het leidingwerk veelal is ingestort in het beton. Die uitblaaspunten bepalen voor een groot deel de plattegrond van de woning. Je moet immers elke kamer kunnen verwarmen.

Gegarandeerd komen er in de loop der tijd nieuwe systemen die een stuk flexibeler zijn. Iemand die over twintig jaar die ambitieuze projecten van nu bezoekt, krijgt dan zeker de volgende vraag: “Heb je enig idee waarom die uitblaaspunten destijds zo gemaakt zijn dat ze niet te verplaatsen zijn? Daar hadden ze toch, net als bij stopcontacten, iets flexibelers voor kunnen kiezen?” En verzin dan maar een antwoord. Het is gewoon onze wijze van werken  van nu die de mensen van later klem zet. Net als vroeger.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog negen uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

De Kastenkwestie

Dragen de duurzaamheidsmaatregelen bij aan kwaliteiten die algemeen worden gewaardeerd (of worden ze daarmee gecombineerd)?

Een reis terug in de tijd door de eco-wijken van de jaren negentig levert af en toe een gevoel van vertedering op. Alsof je baby-foto’s terugkijkt. Wat waren we destijds soms schattig naïef en idealistisch! Dat gevoel komt vooral boven bij goedbedoelde duurzaamheidsmaatregelen die in de praktijk de plank volledig mis bleken te slaan.

Om maar een voorbeeld te noemen: om het afval scheiden – wat destijds nog in de kinderschoenen stond – te bevorderen, werd in sommige woningen in eco-wijken een zogenaamde afvalkast in de woning geplaatst. We zijn bij onze rondgang door de wijken niemand tegengekomen die die kast ooit voor dat doel heeft gebruikt. Wel als kast, want aan kastruimte was altijd behoefte, maar niet voor het afval.

In één project was er ook sprake van een zogenaamde koelingskast. Dit was een kast die zich eigenlijk buiten bevond. Men verwachtte dat bewoners daar spullen in zouden stoppen die koel moesten blijven. En daardoor de koelkast minder gebruiken? En daardoor energie besparen? Ik was destijds bij veel van deze projecten betrokken, maar ook terugredenerend kon ik er geen overtuigend verhaal van maken. Het zal niet verbazen: ook over die kasten hebben we van niemand gehoord dat ze voor het betreffende doel werden gebruikt.

Mede naar aanleiding van deze ervaringen zijn we onlangs met een aantal professionals om de tafel gegaan om te bedenken welke producten van nu mogelijk later van weinig nut blijken te zijn geweest. We kwamen echter nergens op. Dat kan drie redenen hebben: of we zijn blind voor onze fouten, of we doen het helemaal niet zo slecht, of we kunnen simpel weg niet inschatten wat de toekomst ons gaat brengen. Ik durf niet te zeggen welke van de drie het is.

Maar ik weet wel dat we in plaats van op mislukkingen vooral uitkwamen op mooie combinaties van duurzaamheidsmaatregelen en dat wat mensen graag willen. De schoenenkast onder de verwarmingsketel in het portiek, bijvoorbeeld. Ik noem hem vaak omdat hij zo leuk is. Net als de vloerverwarming waardoor je geen radiatoren meer nodig hebt en dus meer ruimte in huis overhoudt, of de wandverwarming die je in de zomer ook voor koeling kunt gebruiken. De gezellige brede vensterbank als gevolg van buitengevelisolatie is er ook een. Maar ook het gebruik van leemstuc als wandafwerking om vocht en geurtjes op te vangen, de milieuvriendelijke muurverf met die heerlijke sinaasappelgeur…  Iemand opperde ook de energiemodule van een Nul-op-de-Meter-woning te combineren met een afleverplek voor pakjes. Dat klinkt nu eveneens veelbelovend.

Ik ben eigenlijk heel benieuwd of anderen wél op ‘de bloopers van later’ komen. Of nog leuker; nog mooiere voorbeelden hebben van duurzaamheidsmaatregelen die ook worden gewaardeerd door mensen die helemaal niet in energie of andere duurzaamheidsthema’s geïnteresseerd zijn. Laat het ons weten op Energieplein20!

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog acht uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

De buurt-boost

Krijgt de leefomgeving (publieke ruimte) ook een kwaliteitsimpuls?

Ik kom ze veelvuldig tegen: mensen die het over duurzaamheid hebben, maar eigenlijk energiezuinigheid bedoelen. Mensen dus die het over ‘het verduurzamen van woningen’ hebben, als het eigenlijk gaat over een transformatie op energiegebied. Ik snap het wel –tijdgeest en energieakkoord- maar ik merk dat ook dat ik me er flink aan erger.

Misschien komt dat doordat ik al een tijdje meedraai in dit vakgebied. Ik herinner me de lancering van het Nationaal Milieubeleidsplan Plus in 1990 nog heel goed. Daar zat namelijk een bijlage ‘duurzaam bouwen’ bij, de bakermat van het begrip, met een uitgebreide definitiebeschrijving. Die kwam er op neer dat duurzaam bouwen ging over de thema’s energie (inclusief verkeer), water, materialen, flora & fauna en gezondheid. Met die definitie ben ik dus opgegroeid en die strookt niet met die van nu. Is er misschien sprake van de bekende “ vroeger was alles beter”-reactie?

Ik denk het eigenlijk niet. Mijn ergernis wordt namelijk ook gevoed doordat ik nu veel in Canada ben en daar die integrale en brede benadering van het begrip duurzaam bouwen overal WEL terugzie; en gelijk ook alle kansen die dat biedt. Ik zie talloze projecten waar energiebesparing van woningen tot stand komt doordat bewoners meegenomen zijn in een proces waarbij de hele wijk wordt aangepakt en er voortdurend relaties werden gelegd tussen energie in de  woning, energie van transport,  voedselproductie, gezondheid, werkgelegenheid, veiligheid en woongeluk. Met name dat laatste is interessant. Uit de vele publicaties over de relatie ‘geluk en (woon)plek’ blijkt namelijk dat  hoogwaardig groen, openbaar water, en autoluwe omgevingen een belangrijke bijdrage leveren aan het welbevinden van bewoners. De duurzaam bouwenthema’s verkeer en flora en fauna hebben dus een bijzonder grote positieve impact op de woonbeleving. De ervaringen met de eco-wijken die in Nederland in de jaren negentig zijn gerealiseerd volgens de toenmalige definitie van duurzaam bouwen, bevestigen dit. De wijken worden nog steeds erg gewaardeerd. En dat komt vooral door, jawel, het groen, het water en het (deels) autovrij karakter.

En natuurlijk is het niet zo dat aan deze kwaliteiten van de woonomgeving geen aandacht meer wordt geschonken. Maar dat gebeurt vaak minder dan in het verleden, onder meer als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen en de beperktere invloed van corporaties. En het is los komen te staan van het thema energie. En daardoor blijven dus kansen liggen.

Mijn voorstel is daarom, als eerste stap, om het niet meer te hebben over de gebouwde omgeving energieneutraal of energienul maken, maar over klimaatbestendig maken. Het reduceren van het energiegebruik van woningen valt daar logischerwijs onder, maar ook het bestendig maken van de openbare ruimte tegen overmatige regenval en grote droogte door, daar komt het weer, het vergoten van het aandeel groen en water en het terugdringen van de verharding; o.a. door het beperken van autowegen. En het beperken van autowegen leidt weer tot veilige speelruimtes en ontmoetingsplekken en uiteindelijk, samen met dat water en groen, tot meer woongeluk.

Hoeveel win-wins wil je hebben? Laten we daarom de tijd snel achter ons laten dat je woningen die een enorme (energetische ) kwaliteitsimpuls hebben gekregen een ‘vlag op een modderschuit’ kunt noemen.  Een woonomgeving die niet gelijktijdig met die woningen wordt opgeknapt, is een modderschuit. Een woonomgeving die wel gelijktijdig een duurzame kwaliteitsimpuls krijgt, is een bron van geluk. 

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog zeven uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.