De tijd bepaalt of we goed bezig zijn

Duurzaamheid gaat over tijd. Volgens de definitie van Bundtland heeft het streven naar duurzaamheid immers tot doel de wereld ook voor de generaties na ons leefbaar te houden. Door nu maatregelen te treffen, proberen we onomkeerbaar onheil op langere termijn te voorkomen. Een te grote opwarming van de aarde is een voorbeeld van een dergelijk onheil. En om die ramp te voorkomen, zetten we nu met man en macht in op het terugdringen van ons energieverbruik en het gebruik van eindige bronnen zoals olie en gas. Daarom ontwikkelen we innovatieve energiebesparende concepten voor de bestaande woningbouw – immers een grootverbruiker van energie – en proberen we bewoners enthousiast te krijgen voor het integreren van die concepten in hun woning. Dat klinkt logisch.

Echter: speelt de factor tijd, zo bepalend voor duurzaamheid, ook een rol van betekenis bij de ontwikkeling van al die innovatieve concepten en bij het treffen van duurzaamheidsingrepen in het algemeen? Bereiken we met wat we nu allemaal doen eigenlijk wel het beoogde resultaat op langere termijn? Het is deze vraag die mij en mijn collega’s fascineert en bezighoudt sinds de afronding van ons meest recente onderzoek. Zoals mogelijk bekend – zie ook eerdere blogs hierover – houden wij ons al geruime tijd bezig met de aantrekkelijkheid van energie-innovaties voor bewoners. We realiseerden ons op een gegeven moment dat in eco-wijken van de jaren negentig de duurzame innovaties van destijds waren toegepast en vroegen ons af hoe het na circa twintig jaar met die wijken stond. Zijn het fijne wijken geworden? Zijn ze dat ook nu nog? En hebben de destijds getroffen duurzaamheidsmaatregelen daarop invloed gehad? Kunnen we voor ons werk met bestaande woningen nu iets leren uit ervaringen met wijken waar twintig jaar geleden heel duurzaam nieuw werd gebouwd (en waar dus al geruime tijd sprake is van bestaande woningbouw)? Kunnen we lessen trekken uit het verleden?

Ja, luidt het antwoord. Volmondig JA. Dat kunnen we zeker! Onze reis langs vijf eco-wijken uit de jaren negentig (in Delft, Drachten, Alphen aan de Rijn, Groningen en Amsterdam) en één wijk van een paar jaar later (in Culemborg) leidde in ieder geval voor ons tot verrassende inzichten waarin de factor tijd een grote rol van betekenis speelt.

We deden het volgende: we zochten in de literatuur over de relatie ‘geluk en plek’ (een erg actueel onderzoeksthema, ook internationaal) naar concrete aanknopingspunten om na te kunnen gaan of die eco-wijken echt ‘fijne’ wijken waren geworden. Vervolgens zochten we naar relaties met de daar getroffen duurzaamheidsmaatregelen. Die vonden we. Het autovrije karakter van de meeste van die wijken droeg bijvoorbeeld aantoonbaar bij aan het bevorderen van sociale contacten en de aanwezigheid van veel verzorgd groen en water in die wijken is onweerlegbaar een geluksbevorderende factor. We konden vaststellen dat alle zes wijken ook nu nog ‘fijne’ wijken waren en we concludeerden dus dat de blik verruimen van de woning naar de wijk, en van het thema energie naar meer duurzaamheidsthema’s, ook voor de aanpak van bestaande woningen en wijken van nu een factor van succes kan zijn.

Maar we vonden meer. Zo kwamen we bijvoorbeeld tot de toch vrij schokkende constatering dat veel milieumaatregelen die destijds in de woningen waren toegepast over de langere termijn weinig, tot geen, tot zelfs een averechts effect leidden. Het laatste vooral omdat bewoners zich anders bleken te gedragen dan de professionals van destijds hadden verwacht.

Ook bleken veel technieken hopeloos achterhaald, maar kunnen deze soms moeilijk worden vervangen (hoe haal je een installatie weg die is geplaatst voordat het dak op de woning kwam?). Diverse technieken blijken moeilijk te onderhouden omdat de destijds innovatieve onderdelen nog steeds (bijvoorbeeld) alleen in Duitsland verkrijgbaar zijn. Sommige maatregelen bleken helemaal niet of slechts beperkte tijd gefunctioneerd te hebben. En het meest indrukwekkende: bepaalde maatregelen bleken vergaande negatieve consequenties te hebben gehad voor de woningplattegrond. Iets waar de bewoners nu, twintig jaar later, nog steeds last van hebben, maar waarvan de aanleiding al lang achterhaald is door nieuwe technieken.

We deden snel een beknopt vervolgonderzoek; is het mogelijk dat we ook nu in dezelfde vallen trappen? En ja hoor, bij elke ‘fout’ uit het verleden kon vrij eenvoudig met hulp van diverse professionals een voorbeeld van nu worden gevonden.

Deze, en vele andere bevindingen uit het onderzoek, brachten ons dus bij ‘de tijd’ als bepalende, maar helaas sterk onderbelichte, factor voor succes. Wij stelden vast dat wanneer we met een langer termijnperspectief dan gebruikelijk zouden kijken naar de opgave van nu, we nu waarschijnlijk andere keuzes zouden maken dan vaak gebruikelijk.  Dan wordt vanzelf naar meer gekeken dan alleen naar het thema energie en het woningniveau omdat andere zaken veel belangrijker blijken. Dan gaan de belangen van de bewoners vanzelfsprekend een grote rol spelen. Hun gedrag bepaalt immers in grote mate of de technische ingrepen ook over langere termijn tot het gewenste effect leiden. En om met die belangen om te kunnen gaan, moet kennis vanuit andere disciplines optimaal worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan kennis uit de gedragswetenschappelijke hoek.

Anders gezegd; als we onze blik verbreden met betrekking tot de tijdsfactor verbreden we hem vrijwel als vanzelf ook met betrekking tot de definitie van duurzaamheid, de schaal waarop we werken en de disciplines die bij een project betrokken zijn (van energie alleen naar een breed scala van thema’s, van woning naar leefomgeving onder andere). En we verbreden hem zeker met betrekking tot de belangen van de bewoners want zij beïnvloeden het succes in grote mate. Bovendien; dé bewoner bestaat niet en, wat ook duidelijk bleek uit het onderzoek, een professional denkt niet als een bewoner.

Eigenlijk is het heel simpel: duurzaamheid gaat over de langere termijn. Het treffen van duurzaamheidsmaatregelen dus ook.

Deze blog is eerder verschenen op deze pagina van Renda.nl