Bewonerscommunicatie is niet de echte sleutel tot succes

We beginnen het in de bouw eindelijk eens te worden over het feit dat het niet de techniek of het geld is dat cruciaal is voor het slagen van een renovatieproject, maar dat de bewoners daarin de werkelijke sleutel tot succes vormen. Er wordt al jaren geroepen dat de klant, de bewoner, centraal moet komen te staan. Waar dit eerst vooral mooie woorden waren, wordt het in de praktijk steeds duidelijker dat mooie woorden alleen niet genoeg zijn. En mocht dat nog in twijfel getrokken worden, dan zorgen de bewoners er tegenwoordig zelf wel voor dat je de daad bij het woord gaat voegen. Zonder hun medewerking kun je het renovatieproject immers wel op je buik schrijven.

Hoewel het tevreden stellen van bewoners en het scoren van een hoog cijfer in bewonerstevredenheid het succes van een project voor een groot deel bepalen, is het niet terecht om dit enkel en alleen op te hangen aan de bewonerscommunicatie. Bewonerscommunicatie kan namelijk niet alles oplossen. Als er een probleem is met een bewoner dan is het waarschijnlijk dat er minstens al op drie andere plekken in het proces verkeerde keuzes zijn gemaakt en valse verwachtingen zijn ontstaan. En vaak komt dit pas bij het persoonlijke gesprek met de woonconsulent aan de keukentafel aan het licht. Niet iedere huurder pakt tijdens een bewonersavond het podium om zijn of haar onvrede te uiten. En vaak wordt tijdens het keukentafelgesprek pas echt duidelijk voor de bewoner wat er gaat gebeuren, hoe het eruit komt te zien en wat de impact op zijn dagelijks leven is.

Lees het hele artikel van Doris de Bruijn hier.

Van het gas af: prima, maar zorg voor draagvlak

Ze vindt het ‘heel positief’ dat het kabinet vol inzet op minder verbruik van aardgas. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar doe het niet overhaast. Denk ook aan de bewoners. Maak kennis met Anke van Hal, hoogleraar duurzaam bouwen met een missie. “Nu vertragen leidt uiteindelijk tot versnelling.”

“We gaan nu aan de slag met energiebesparing in de naoorlogse woningbouw; er is geld, we weten hoe het moet, woningbouwverenigingen zijn er klaar voor.”

Anke van Hal, hoogleraar Sustainable Building and Development aan de Business Universiteit Nyenrode, begint haar lezingen tegenwoordig regelmatig met bovenstaand citaat. Valt u aan deze woorden iets op?, vraagt ze haar toehoorders vervolgens. Zelden krijgt ze een reactie. De quote komt uit 1983 en is al 35 jaar oud, verklapt ze daarna.

Van Hal wil maar zeggen: er zijn in die 35 jaar tal van subsidies voor energiebesparing geweest, er zijn prachtige technieken ontwikkeld die zich ruimschoots hebben bewezen: eigenlijk had de gebouwde omgeving al veel duurzamer kunnen en moeten zijn.

Waarom dat dan níet zo is? Die vraag intrigeerde haar. En – misschien nog wel belangrijker: hoe kan het beter? Rond de millenniumwisseling startte ze haar queeste. Inmiddels heeft ze een antwoord. Sterker, ze denkt te weten hoe we de kansen op succes aanzienlijk kunnen vergroten. Interview met een gedreven professor duurzaam bouwen.

Lees het gehele artikel met Anke hier.

Doen en laten, effectiever milieubeleid door mensenkennis

Nederland staat voor de uitdaging de samenleving en economie verder te verduurzamen. Dit advies gaat over het benutten van kennis over het gedrag van mensen om milieudoelen dichterbij te brengen. Dat dit gebeurt lijkt misschien vanzelfsprekend. Waarom is hier dan toch aandacht voor nodig?

Kennis over gedrag
De overheid neemt een sturende rol op zich als er sprake is van algemeen vastgestelde doelen die de maatschappij als geheel ten goede komen, maar die niet ‘vanzelf’ worden bereikt. Een schoon milieu is zo’n een maatschappelijk doel waarbij ‘het niet vanzelf’ goed gaat, omdat mensen met hun gedrag daar niet vanzelfsprekend aan bijdragen.

Individueel gedrag van mensen wordt beïnvloed door vele factoren, zoals iemands persoonlijke omstandigheden, de afwegingen die iemand maakt of de motieven die iemand heeft. Sommige mensen vinden bijvoorbeeld een schoon milieu niet belangrijk, anderen overzien de consequenties daarvan niet. Of milieuvriendelijk gedrag is duur en moeilijk of iemand denkt dat dat zo is. En soms ligt het milieuvriendelijk gedrag gewoon niet voor de hand. De manier waarop mensen zich gedragen is dus ingewikkeld en per situatie anders. Hoe mensen reageren op beleidsmaatregelen is lang niet altijd te voorspellen vanuit gangbare aannames over de rationaliteit van gedrag. Als bij beleidsbepaling (meer) bewust en systematisch gebruik wordt gemaakt van de kennis die bestaat over hoe en waarom mensen zich in specifieke omstandigheden op een bepaalde manier gedragen, kan de effectiviteit van het milieubeleid worden vergroot. Gelukkig is er inmiddels een overweldigende hoeveelheid kennis beschikbaar over hoe menselijk gedrag werkt en hoe mensen reageren op bepaalde (beleids)ingrepen. En er wordt in het beleid al veel van die gedragskennis gebruik gemaakt. De WRR adviseerde in 2009 in zijn rapport ´De menselijke beslisser: over de psychologie van keuze en gedrag´ om deze kennis zo goed mogelijk te benutten voor het beleid.

Gedragsanalysekader
De Rli gaat nu een stap verder door gedragskennis en mogelijke beleidskeuzes aan elkaar te koppelen met het voor dit advies ontwikkelde gedragsanalysekader. Dit gedragsanalysekader kan beleidsmakers helpen om een zorgvuldige analyse te maken van relevante gedragsbepalende factoren zoals: de kennis en vaardigheden die iemand heeft, zijn of haar drijfveren (motieven), hoe iemands persoonlijke omstandigheden zijn en welke keuzeprocessen in een situatie een rol spelen.

De GedragsToets 2.0
Het gedragsanalysekader is vertaald naar een praktisch hulpmiddel: ‘De GedragsToets’. Met deze toets wordt het eenvoudiger om gedrag mee te nemen in de keuze van beleidsinstrumenten variërend van wetgeving tot het faciliteren en stimuleren van eigen initiatief van mensen. Deze toets helpt beleidsmakers om inzicht te krijgen in welke gedragsbepalende factoren een rol spelen bij het ontwikkelen van milieubeleid. Spelenderwijs leveren de inzichten inspiratie op voor instrumenten die ingezet kunnen worden. De GedragsToets bestaat uit een spel van 130 kaarten. Het kan gespeeld worden met 3 tot 6 personen, bij voorkeur onder begeleiding van een ervaren spelleider die de spelregels kent en kennis heeft van gedrag. Een bijbehorende online companion app biedt ondersteuning bij het doorlopen van De GedragsToets.

Lees de gehele publicatie hier.

De bijdragen en de verschillende auteurs zijn:

  • Dr. M.F. Wesseling, Artsenfederatie KNMG Gedragsbeïnvloeding door overheid ter bevordering van duurzaamheid
  • Prof. dr. M. Korthals, Wageningen Universiteit De overheid als verleidster
  • Dr. F.A. Hindriks, Rijksuniversiteit Groningen De burger als virtuele auteur
  • Prof. dr. L. Bovens, London School of Economics and Political Science De verantwoordelijkheid van de overheid