De Kastenkwestie

Dragen de duurzaamheidsmaatregelen bij aan kwaliteiten die algemeen worden gewaardeerd (of worden ze daarmee gecombineerd)?

Een reis terug in de tijd door de eco-wijken van de jaren negentig levert af en toe een gevoel van vertedering op. Alsof je baby-foto’s terugkijkt. Wat waren we destijds soms schattig naïef en idealistisch! Dat gevoel komt vooral boven bij goedbedoelde duurzaamheidsmaatregelen die in de praktijk de plank volledig mis bleken te slaan.

Om maar een voorbeeld te noemen: om het afval scheiden – wat destijds nog in de kinderschoenen stond – te bevorderen, werd in sommige woningen in eco-wijken een zogenaamde afvalkast in de woning geplaatst. We zijn bij onze rondgang door de wijken niemand tegengekomen die die kast ooit voor dat doel heeft gebruikt. Wel als kast, want aan kastruimte was altijd behoefte, maar niet voor het afval.

In één project was er ook sprake van een zogenaamde koelingskast. Dit was een kast die zich eigenlijk buiten bevond. Men verwachtte dat bewoners daar spullen in zouden stoppen die koel moesten blijven. En daardoor de koelkast minder gebruiken? En daardoor energie besparen? Ik was destijds bij veel van deze projecten betrokken, maar ook terugredenerend kon ik er geen overtuigend verhaal van maken. Het zal niet verbazen: ook over die kasten hebben we van niemand gehoord dat ze voor het betreffende doel werden gebruikt.

Mede naar aanleiding van deze ervaringen zijn we onlangs met een aantal professionals om de tafel gegaan om te bedenken welke producten van nu mogelijk later van weinig nut blijken te zijn geweest. We kwamen echter nergens op. Dat kan drie redenen hebben: of we zijn blind voor onze fouten, of we doen het helemaal niet zo slecht, of we kunnen simpel weg niet inschatten wat de toekomst ons gaat brengen. Ik durf niet te zeggen welke van de drie het is.

Maar ik weet wel dat we in plaats van op mislukkingen vooral uitkwamen op mooie combinaties van duurzaamheidsmaatregelen en dat wat mensen graag willen. De schoenenkast onder de verwarmingsketel in het portiek, bijvoorbeeld. Ik noem hem vaak omdat hij zo leuk is. Net als de vloerverwarming waardoor je geen radiatoren meer nodig hebt en dus meer ruimte in huis overhoudt, of de wandverwarming die je in de zomer ook voor koeling kunt gebruiken. De gezellige brede vensterbank als gevolg van buitengevelisolatie is er ook een. Maar ook het gebruik van leemstuc als wandafwerking om vocht en geurtjes op te vangen, de milieuvriendelijke muurverf met die heerlijke sinaasappelgeur…  Iemand opperde ook de energiemodule van een Nul-op-de-Meter-woning te combineren met een afleverplek voor pakjes. Dat klinkt nu eveneens veelbelovend.

Ik ben eigenlijk heel benieuwd of anderen wél op ‘de bloopers van later’ komen. Of nog leuker; nog mooiere voorbeelden hebben van duurzaamheidsmaatregelen die ook worden gewaardeerd door mensen die helemaal niet in energie of andere duurzaamheidsthema’s geïnteresseerd zijn. Laat het ons weten op Energieplein20!

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog acht uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

De buurt-boost

Krijgt de leefomgeving (publieke ruimte) ook een kwaliteitsimpuls?

Ik kom ze veelvuldig tegen: mensen die het over duurzaamheid hebben, maar eigenlijk energiezuinigheid bedoelen. Mensen dus die het over ‘het verduurzamen van woningen’ hebben, als het eigenlijk gaat over een transformatie op energiegebied. Ik snap het wel –tijdgeest en energieakkoord- maar ik merk dat ook dat ik me er flink aan erger.

Misschien komt dat doordat ik al een tijdje meedraai in dit vakgebied. Ik herinner me de lancering van het Nationaal Milieubeleidsplan Plus in 1990 nog heel goed. Daar zat namelijk een bijlage ‘duurzaam bouwen’ bij, de bakermat van het begrip, met een uitgebreide definitiebeschrijving. Die kwam er op neer dat duurzaam bouwen ging over de thema’s energie (inclusief verkeer), water, materialen, flora & fauna en gezondheid. Met die definitie ben ik dus opgegroeid en die strookt niet met die van nu. Is er misschien sprake van de bekende “ vroeger was alles beter”-reactie?

Ik denk het eigenlijk niet. Mijn ergernis wordt namelijk ook gevoed doordat ik nu veel in Canada ben en daar die integrale en brede benadering van het begrip duurzaam bouwen overal WEL terugzie; en gelijk ook alle kansen die dat biedt. Ik zie talloze projecten waar energiebesparing van woningen tot stand komt doordat bewoners meegenomen zijn in een proces waarbij de hele wijk wordt aangepakt en er voortdurend relaties werden gelegd tussen energie in de  woning, energie van transport,  voedselproductie, gezondheid, werkgelegenheid, veiligheid en woongeluk. Met name dat laatste is interessant. Uit de vele publicaties over de relatie ‘geluk en (woon)plek’ blijkt namelijk dat  hoogwaardig groen, openbaar water, en autoluwe omgevingen een belangrijke bijdrage leveren aan het welbevinden van bewoners. De duurzaam bouwenthema’s verkeer en flora en fauna hebben dus een bijzonder grote positieve impact op de woonbeleving. De ervaringen met de eco-wijken die in Nederland in de jaren negentig zijn gerealiseerd volgens de toenmalige definitie van duurzaam bouwen, bevestigen dit. De wijken worden nog steeds erg gewaardeerd. En dat komt vooral door, jawel, het groen, het water en het (deels) autovrij karakter.

En natuurlijk is het niet zo dat aan deze kwaliteiten van de woonomgeving geen aandacht meer wordt geschonken. Maar dat gebeurt vaak minder dan in het verleden, onder meer als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen en de beperktere invloed van corporaties. En het is los komen te staan van het thema energie. En daardoor blijven dus kansen liggen.

Mijn voorstel is daarom, als eerste stap, om het niet meer te hebben over de gebouwde omgeving energieneutraal of energienul maken, maar over klimaatbestendig maken. Het reduceren van het energiegebruik van woningen valt daar logischerwijs onder, maar ook het bestendig maken van de openbare ruimte tegen overmatige regenval en grote droogte door, daar komt het weer, het vergoten van het aandeel groen en water en het terugdringen van de verharding; o.a. door het beperken van autowegen. En het beperken van autowegen leidt weer tot veilige speelruimtes en ontmoetingsplekken en uiteindelijk, samen met dat water en groen, tot meer woongeluk.

Hoeveel win-wins wil je hebben? Laten we daarom de tijd snel achter ons laten dat je woningen die een enorme (energetische ) kwaliteitsimpuls hebben gekregen een ‘vlag op een modderschuit’ kunt noemen.  Een woonomgeving die niet gelijktijdig met die woningen wordt opgeknapt, is een modderschuit. Een woonomgeving die wel gelijktijdig een duurzame kwaliteitsimpuls krijgt, is een bron van geluk. 

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog zeven uit de serieHet rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

 

Beter voor iedereen

Dit blog is geschreven door René Schellekens.

Situatieschets:

Het is nu ongeveer 8 jaar geleden dat ik mijn woning kocht van de Woningbouwcorporatie. Ik was er dolgelukkig mee, mijn eigen huis, mijn bezit. De hypotheek was niet veel hoger dan de huur. Dus dat was geen enkel probleem. Twee jaar geleden bleek dat ik mijn dakgoot moest vervangen, een aardige kostenpost. Kijk, mijn kozijnen schilderen kan ik zelf, maar dit soort dingen moet ik toch echt uitbesteden. Ik sloot een kleine lening af voor mijn dakgoot en die is nu bijna afbetaald. Gelukkig maar want die extra lasten kan ik er eigenlijk niet bij hebben. Ik ben al blij als ik mijn hypotheek en de energierekening betaald heb en voldoende overhoud voor eten en kleding. Dan heb ik ook nog de schooluitjes van mijn kinderen, die ook altijd voor onverwachte kosten zorgen. De wijk waar ik woon is door de jaren heen wat verwaarloosd. De betonnen trapveldjes zijn gescheurd en verzakt. Die enkele keer dat mijn kinderen er een balletje trappen, vallen ze geheid hun broek kapot. Moet dat weer worden opgelost. Als er niemand voetbalt hangen er allerlei jongeren met scooters rond. Ouderen in de buurt mijden die plekken. Ze vertrouwen de rondhangende groepjes jongeren niet. Ik denk dat ze zich geen zorgen hoeven maken, ik ken enkele van die jongens. Maar je hoort en ziet van alles in het nieuws natuurlijk. Dat maakt veel mensen in de buurt argwanend en voorzichtig.

Vorige week was er een bijeenkomst in de buurt georganiseerd door de gemeente. Het zou over onze buurt gaan, daarom dacht ik dat ik daar naartoe moest. Ik wil graag het beste voor mijn buurt, er met zijn allen iets van maken. De bijeenkomst ging over gas. De leidingen waren verouderd of zo en die wilden ze niet vervangen, omdat dat te duur was. Wat wilden we dan in de wijk? Het ging over energiebesparing, warmte in huis, elektrisch koken en zo. Om mijn energierekening betaalbaar te houden zou ik moeten gaan isoleren en andere verwarming in mijn woning laten plaatsen. Het ging allemaal nog wel zeker tien jaar duren, maar er zou wel heel veel veranderen. Ik schrok hiervan en raakte eigenlijk wat in paniek. Ik zou flink moeten investeren in mijn woning en dat wil ik ook best, maar hoe? En waarom is die energiebesparing en dat gas nu zo belangrijk? Terwijl er in de buurt volgens mij wel belangrijkere dingen zijn die eens aangepakt moeten worden. Die veldjes bijvoorbeeld, al dat beton en het rondslingerend afval. Waarom komt de gemeente daar niet over praten?

Bovenstaande zou zomaar een reële situatie kunnen zijn. Hoe gaan we er rondom energietransitie voor zorgen dat het voor iedereen beter wordt? Hoe zorgen we sowieso dat mensen prettig wonen? Vergaande energierenovatie van woningen heeft het in zich om ook de leefbaarheid, gezondheid, werkgelegenheid en welbevinden in wijken te verbeteren. Onderzoek toont dit aan. Hier moeten we over communiceren met elkaar. Door energiebesparing niet langer tot doel te verheffen, maar als middel in te zetten, kan het bijdragen aan ambities op andere beleidsterreinen en kan ingespeeld worden op de behoeften van de mensen in de wijk. Energierenovatie kan zo een middel zijn om wijkvernieuwing extra kracht te geven.