Nieuwe serie blogs over Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht.

Wekelijks wordt er een nieuwe blog gepubliceerd op HomeMates.nl en op Energieplein20 is er de mogelijkheid om op de blogs te reageren. De eerste drie blogs staan online, klik hier door naar Duitse dingen, het stofzuigersuizen en het serre-syndroom.

 

Het serre-syndroom

Leiden de gekozen technieken ook tot de beoogde (energie)prestaties bij ander gedrag van bewoners dan waarvan nu wordt uitgegaan?

Wie al wat langer meeloopt in de wereld van duurzaam bouwen weet dat serres in het verleden een uiterst populaire milieumaatregel in de woningbouw waren. Het waren constructies van enkel glas die tegen of tussen woningen en soms zelfs er helemaal overheen gebouwd werden.  Serres waren bedoeld als semi-buitenruimtes die het mogelijk maakten al vroeg in het voorjaar (en ook laat in het najaar) in je woning te genieten van de zon. Het positieve milieueffect was dat ze de binnenlucht van de woning  voorverwarmden, waardoor je minder hoefde te stoken.

Nu zie je serres in nieuwbouwwoningen nauwelijks meer en dat heeft een reden. Want wat bleek? Bewoners waardeerden de serres enorm vanwege hun prettige klimaat. Maar vaak vonden ze de ruimtes die de serres boden onhandig klein. En veel bewoners hadden behoefte aan ruimte. Dus vaak gebeurde er dit: bewoners openden de (zwaar geïsoleerde) buitengevel en trokken die kleine serre bij de woning. Het resultaat was een mooie grote woonkamer, een buitengevel van enkel glas en een bijzonder hoog energieverbruik. Het serre-syndroom ontstond en bouwers en architecten lieten een dergelijke aangebouwde constructie voortaan liever achterwege. Of ze gebruikten al hun creativiteit om de serre zodanig vorm te geven dat het boven beschreven effect niet kon optreden.

We hebben dus geleerd van het bouwen met serres dat ander gedrag van bewoners dan verwacht, vergaande consequenties kan hebben. Maar zijn die lessen ook doorgetrokken naar andere maatregelen? Daar kan je je vraagtekens bij zetten. Hoe vaak worden er bijvoorbeeld geen warmtepompboilers in een woning aangebracht die alleen goed functioneren als de bewoners precies volgens de voorschriften ventileren? Als ze dat vervolgens onvoldoende doen kan het apparaat niet genoeg warmte uit de ventilatielucht onttrekken en schakelt deze als vanzelf over op verwarming op een elektrische spiraal. Een bijzonder hoge elektriciteitsrekening is het gevolg. Of, als die warmtepompen voor warmwater zorgen, hoe vaak gebeurt het niet dat er meer warmwater wordt gebruikt dan met dat systeem mogelijk is? Omdat je bijvoorbeeld twee tienerdochters hebt die van uitgebreid douchen houden? Ook dan wordt overgegaan op elektrisch verwarmen in plaats van op het veel minder kostbare gas van voorheen.

Nog een voorbeeld: die uitblaaspunten van bijzonder energiezuinige luchtverwarmingssystemen. Wat gebeurt er als bewoners daar hun zo geliefde lange veloursgordijnen voor hangen?

Van het serresyndroom zijn we genezen, maar als we bij ontwerpen blijven uitgaan van voorgeschreven gedrag van bewoners, blijven er nog veel andere syndromen volgen.

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog drie uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

Het stofzuigersuizen

Kunnen de gekozen technieken neveneffecten hebben die het woongeluk van bewoners op woningniveau kunnen beperken?

Onderzoek naar de relatie tussen ‘geluk en plek’ laat zien dat de relatie tussen ‘geluk’ en een Nederlandse standaard rijtjeswoning over het algemeen niet zo groot is. Uit onderzoek blijkt immers dat de geluksbepalende elementen op woningniveau vooral betrekking hebben op de ruimtelijke indeling. Spannende hoekjes, contrasten tussen privé en openbaar en tussen ordelijkheid en chaos, royale ruimtes en grote tuinen geven aanleiding tot dat zo bekende ‘verliefde gevoel’ dat mensen voor een woning kunnen hebben. En dat zijn nu niet meteen de kenmerkende eigenschappen van de op grote schaal seriematig ontwikkelde  woningen uit bijvoorbeeld de jaren zestig. Niet dat het niet heel fijn wonen kan zijn in een Nederlandse rijtjeswoning. Ook het onderzoek in de Nederlandse eco-wijken laat zien dat mensen bijzonder tevreden en zelfs heel gelukkig kunnen zijn met hun woonsituatie in een rijtjeswoning. Dat geluk vindt echter meestal niet zijn oorsprong in de woning zelf maar in van alles er omheen. De woning zelf moet meestal vooral ‘voldoen’. Hij moet voldoende groot zijn en vooral ‘goed functioneren’. Dat wil zeggen dat er geen sprake mag zijn van overlast. Niet van geluid, niet van temperatuur en niet van tocht. Ook moeten de toegepaste technieken doen waarvoor ze zijn bedoeld. Geen storingen dus, geen lekkages en geen wegrottend hout, om maar wat voorbeelden te noemen.

Dat alles klinkt logisch. Toch lijkt het erop dat enthousiasme van professionals voor duurzame maatregelen soms ten koste gaan van deze basisbehoeften. Wie kent niet de verhalen van bewoners die klagen over de luidruchtige maar oh zo energiezuinige installaties op hun zolder bijvoorbeeld? In het eco-wijkenonderrzoek waren er ook talloze verhalen op dit vlak. Bijvoorbeeld over zolders die grotendeels werden ingenomen door, destijds, innovatieve technieken. ‘Het was zo onhandig ingedeeld!”, vertelde een bewoner die daarom op eigen initiatief alles weer had veranderd. Een andere bewoner vertelde over het centrale stofzuigersysteem in zijn woning. Zo’n twintig jaar geleden waren de meeste mensen blij met een dergelijk systeem. Stofzuigers waren toen aanzienlijk zwaarder en groter dan nu en met zo’n systeem hoefde je alleen maar een slang te verplaatsen die je in elke kamer kon ‘inplugggen’. Een groot voordeel was bovendien het gezondheidseffect; stof werd centraal verzameld en verspreidde zich niet langer door het huis. Aan een bewoner van nu die wij spraken waren deze voordelen niet langer besteed. De ‘inpluggaten’ maken dat je op veel plekken geen kast kan zetten maar vooral het suizen van het systeem vond hij onverdraaglijk.

De vraag is natuurlijk: Wat is het stofzuigersuizen van nu? Welke neveneffecten van duurzame ingrepen gaan de bewoners zo irriteren dat ze bereid zijn de hele maatregel overboord te gooien?

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is blog twee uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

Duitse dingen

Zijn onderdelen van gekozen technieken ook op langere termijn nog verkrijgbaar?

Stel, je bent een renovatiespecialist en je gaat met een team van collega’s afkomstig uit verschillende sectoren aan de slag om een innovatief renovatieconcept te ontwikkelen dat bijzonder energiezuinig moet zijn. Je zoekt in binnen- en buitenland naar nieuwe producten en ontwikkelt als team nieuwe combinaties van grotendeels bestaande technieken. Uiteindelijk ontstaat er een innovatief concept dat wordt toegepast in een bestaande woning en goed blijkt te werken. Iedereen tevreden.

Tenminste, voor nu.

Maar wat is de situatie als dit slimme concept na een jaar of tien kuren begint te vertonen? Weten bewoners dan waar ze heen moeten met hun klachten? Doorziet een willekeurige installateur de slimme vondsten van het innovatieve team van destijds? Weet hij of zij waar de zo zorgvuldig geselecteerde onderdelen van de innovatieve technologie  te verkrijgen zijn? Het zou mooi zijn wanneer standaard het antwoord op deze vragen ‘ja’ zouden luiden. Omdat er immers als vanzelfsprekend is nagedacht over dit toekomstscenario van destijds. Echter, tenzij professionals van toen en nu sterk van instelling zijn veranderd (en die indruk heb ik niet) ligt een dergelijk antwoord niet voor de hand.

Gesprekken met bewoners van eco-wijken uit de jaren negentig maken duidelijk dat er destijds maar weinig over toekomstige problemen werd nagedacht. Zo vertelde een bewoner over zijn destijds innovatieve Duitse verwarmingssysteem waarvoor nog steeds, wanneer er iets kapot gaat, een vervangend element in Duitsland gehaald moet worden. Duitsland was, in ieder geval destijds, immers de plek waar veel goede verwarmingssystemen vandaan komen. Gelukkig weet hij waar hij moet zijn maar de kosten zijn buitensporig hoog. Het is echter overall nog steeds een prima systeem dus vervangen is ook zoiets. Maar als hij nu kon kiezen wist hij het wel; nooit meer ‘Duitse dingen’.

De vraag is natuurlijk; hoe zit dat met onze innovaties van nu? Weten de ‘ gewone’  installateurs daar straks raad mee? Zijn de onderdelen eenvoudig te verkrijgen als er iets stuk gaat? Of maken we ook nu nog dezelfde fout als destijds? Waarschijnlijk zijn de innovatieve producten van nu niet langer ‘ Duits’  maar of ze straks makkelijk  te verkrijgen zijn?  

Dit blog is geschreven door Anke van Hal. Wil je op dit blog reageren? Klik dan door naar discussiepagina van HomeMates op Energieplein20.

Onderzoek naar de ervaringen met Nederlandse eco-wijken uit de jaren negentig leidde tot verhelderende inzichten waar hedendaagse renovatieprojecten, in het bijzonder die met hoge energie-ambities, baat bij kunnen hebben. De inzichten zijn verwerkt tot een concrete vragenlijst die bij elk project doorlopen zou kunnen worden. In een serie blogs worden deze vragen een voor een toegelicht. Dit is het eerste blog uit de serie. Het rapport is te vinden op deze pagina van onze website HomeMates.nl

Een totaaloverzicht van de vragen en een samenvatting van het onderzoek kan hier gedownload worden.

‘Leren van het verleden’

Hoe krijg je met name bewoners echt enthousiast voor vergaande energiemaatregelen in hun (huur-) woningen? En hoe zorg je dat de maatregelen die je treft ook daadwerkelijk bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen? Met die vragen in het achterhoofd zijn in een recent onderzoek de circa twintig jaar woonervaring in zes Nederlandse eco-wijken nagetrokken. In de eco-wijken van toen zijn immers de innovaties van destijds toegepast. En niet alleen op energiegebied maar ook met betrekking tot andere milieuthema’s.

‘Leren van het verleden’ is een samenvatting van het rapport.

Het volledige rapport vindt u hier.